Vertrouwen tussen politieleiding en werkvloer

De regering moet de Kamer informeren over de bestuurlijke en personele gevolgen van de slechte relatie binnen de politie. Het vertrouwen is beschadigd omdat de leiding agenten te snel publiekelijk bekritiseert. Hierdoor voelen medewerkers zich niet gesteund door hun eigen bestuurders.

Motie van de leden Van der Plas en Coenradie over uitpreken dat het vertrouwen tussen de korpsleiding en de werkvloer ernstig is beschadigd na het oordeel over politiemedewerkers die politiesystemen zouden hebben geraadpleegd in de zaak-Lisa

De kamer, constaterende dat de korpsleiding en de Minister eerder hard oordeelden over politiemedewerkers die politiesystemen zouden hebben geraadpleegd in de zaak-Lisa, terwijl later bleek dat het beeld veel genuanceerder lag; overwegende dat politiemensen hierdoor vinden dat zij door hun eigen leiding publiekelijk aan de schandpaal zijn genageld, zonder voldoende hoor en wederhoor; overwegende dat dit niet op zichzelf staat, maar past in een breder patroon dat de korpsleiding bij incidenten onvoldoende rugdekking biedt aan de werkvloer; spreekt uit dat het vertrouwen tussen de korpsleiding en de werkvloer ernstig is beschadigd; verzoekt de regering de Kamer te informeren over welke bestuurlijke of personele consequenties de regering daaraan verbindt.
2 juli | BBB, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat het vertrouwen in de overheid is gedaald door politieke keuzes en dat de overheid zelf verantwoordelijk is voor vertrouwensbreuken [1]. Daarnaast wil de partij een politiek die verantwoordelijkheid neemt en op een fatsoenlijke manier met elkaar omgaat [3]. Ook benadrukt het programma dat de overheid schade moet herstellen zonder onnodig gedoe [2] en dat herstel een belangrijke lakmoesproef is voor een fatsoenlijke overheid, zeker wanneer mensen hun gevoel van rechtvaardigheid en waardigheid verliezen [4].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen specifieke argumenten om tegen de motie te stemmen of om de verantwoordelijkheid van de regering bij vertrouwensbreuken te verwerpen.

Bronnen:

  1. "De afgelopen jaren is het vertrouwen in de overheid gedaald. Door politieke keuzes heeft de overheid haar basistaken verwaarloosd. Daarbovenop stuurt de overheid met een veelheid van regels in plaats van op basis van vertrouwen. De pijn daarvan landt vooral bij mensen die al moeite hebben om zich staande te houden. Op andere onderwerpen heeft de overheid zelf een vertrouwensbreuk veroorzaakt, zoals bij het toeslagenschandaal en de winning van het gas in Groningen. Het ontbrak te vaak aan daadkracht om problemen werkelijk op te lossen."
  2. "Het Rijk moet doen wat het heeft beloofd: schade herstellen zonder gedoe. Uitvoerders in de regio moeten daarom de opdracht én de ruimte krijgen om problemen op te lossen, binnen de ruimte die de regelingen bieden."
  3. "Democratisch ethos - Wij stellen orde op zaken door politiek verantwoordelijkheid te nemen en op een fatsoenlijke manier met elkaar om te gaan. In de Tweede Kamer komt een motiequotum, zodat het debat weer gaat over wat echt belangrijk is. Alle politieke partijen moeten intern democratisch georganiseerd zijn. De Eerste Kamer wordt om de drie jaar voor 38 en 37 leden verkozen en de zittingsduur wordt 6 jaar."
  4. "In Groningen kwam de overheid tegenover haar inwoners te staan. Mensen verloren hun vertrouwen, hun gevoel van veiligheid, rechtvaardigheid en waardigheid. Voor het CDA is herstel een lakmoesproef voor een fatsoenlijke overheid. Met het programma 'Nij Begun' is een antwoord gegeven aan Groningen. Dat antwoord moet nu zichtbaar worden bij mensen thuis."