De regering moet bij de Europese Unie inzetten op meer ruimte voor verschillende soorten derogatie (vrijstellingen voor het gebruik van mest). Onderzoek van Wageningen Livestock Research laat zien dat het gebruik van rundveedrijfmest en een goede waterkwaliteit goed samen gaan.
Motie van het lid Van der Plas over pleiten voor ruimte voor nationale, regionale en gewasspecifieke derogaties
De kamer,
constaterende dat de Minister Europees wil inzetten op een betere
implementatie van de Nitraatrichtlijn;
overwegende dat Nederlandse meetgegevens en onderzoek van
Wageningen Livestock Research laten zien dat derogatie en het gebruik
van rundveedrijfmest kunnen samengaan met een goede waterkwaliteit;
verzoekt de regering om bij deze Europese inzet samen met Ierland, dat
voorzitter is, te pleiten voor ruimte voor nationale, regionale en gewasspecifieke derogaties en daarbij de Nederlandse meetgegevens en
relevante wetenschappelijke onderzoeken actief in te brengen.
Argumenten voor: De partij streeft naar het verbeteren van de waterkwaliteit om kans te maken op de herinvoering van de graslandderogatie [3]. Tevens geeft de partij aan dat het schrappen van de derogatie leidt tot enorme mestoverschotten voor boeren [2].
Argumenten tegen: De partij stelt dat de doelen van de Europese kaderrichtlijn water (KRW) bindend moeten worden opgenomen in wet- en regelgeving [1] en dat de omvang van de veestapel in balans moet zijn met de natuurlijke systemen, zoals het water [4].
Bronnen:
"In 2027 moeten we voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water (KRW). Op dit moment voldoet Nederland er nog niet aan. Dat heeft niet alleen consequenties voor de chemische en ecologische kwaliteit van het water en wat daarin leeft, maar ook voor de vergunningverlening. Er komt een snelle en geïntegreerde aanpak om de KRWdoelen te halen. Dit werkt door in het beleid voor mest, gewasbescherming en geneesmiddelen en de inrichting van de waterlopen. De KRW-doelen en bijbehorende normen worden expliciet en bindend opgenomen in wet- en regelgeving en in besluitvorming op alle relevante beleidsterreinen."
"De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"
"de onderzoeken naar gezondheidseffecten. We verbeteren de waterkwaliteit om kans te maken op herinvoering van graslandderogatie."
"Om bedrijfsgericht te kunnen sturen op een duurzame kringloop zetten we in op het herinvoeren van een systeem van inputs en outputs, waardoor het mineralenoverschot per bedrijf inzichtelijk en handhaafbaar wordt. Krimp van de veestapel is geen doel, maar de omvang van de veestapel moet wel in balans komen met het natuurlijke systeem (bodem, water, natuur). Daarbij wordt rekening gehouden met natuurlijk verloop door vergrijzing. Met de boer aan het roer kunnen veel schadelijke emissies worden teruggedrongen. Daar waar boeren zicht redelijkerwijs te weinig inspannen voor het behalen van een haalbaar doel, kan krimp van de veestapel op bedrijfsniveau de consequentie zijn."