De regering moet in Brussel garanties eisen dat de Europese strategie voor de veehouderij de Nederlandse veestapel niet laat krimpen. Mensen moeten zelf kunnen kiezen wat ze eten. De veehouderij is van groot belang voor de Nederlandse economie en de voedselzekerheid.
Motie van de leden Chris Jansen en Van der Plas over eisen dat EU-initiatieven op geen enkele wijze zullen leiden tot een krimp van de Nederlandse veestapel
De kamer,
overwegende dat de Europese Commissie in haar onlangs gepubliceerde
strategie voor de veehouderij en het EU-eiwitactieplan nadrukkelijk inzet
op het sturen van consumptiegedrag en het verschuiven van het
evenwicht tussen dierlijke en plantaardige eiwitten;
overwegende dat consumenten te allen tijde volledig vrij moeten zijn in
hun voedselkeuze en het absoluut niet de taak is van Brussel of Den Haag
om de consumptie van hoogwaardig vlees en zuivel actief te ontmoedigen
of extra te belasten;
overwegende dat onze melkvee- en veehouderijsectoren van vitaal belang
zijn voor onze nationale voedselzekerheid, onze economie en de sociale
en economische leefbaarheid van het platteland;
verzoekt de regering om tijdens de verdere uitwerking van de Europese
strategie voor de veehouderij in Brussel keiharde garanties te eisen dat
deze initiatieven op geen enkele wijze zullen leiden tot een krimp van de
Nederlandse veestapel, noch tot actieve ontmoediging van de consumptie
of de productie van dierlijke eiwitten, en de resultaten terug te koppelen
aan de Kamer.
Argumenten voor: De partij wil boeren en ondernemers de vrijheid geven om te ondernemen zonder onzekerheid door beperkende regels [1]. Er wordt ingezet op doelsturing in plaats van rigide middelvoorschriften om ondernemerschap te beschermen [2][5]. Ook is het belang van een sterke voedselproductie voor de geopolitieke context en voedselzekerheid een kernpunt [3]. Tevens wil de partij voorkomen dat er extra nationale regels worden toegevoegd aan Europees beleid die de concurrentiepositie schaden [6].
Argumenten tegen: De partij streeft naar concrete stikstofreductie en het werken naar een balans die past bij de draagkracht van de omgeving [4][2].
Bronnen:
"Als liberalen willen we dat boeren, tuinders en vissers de vrijheid krijgen om te ondernemen. Maar zij zien alsmaar beperkende regels op zich afkomen, terwijl juridische uitspraken en handhavingsverzoeken voor onzekerheid zorgen. De politiek moet daarom duidelijkheid geven over de toekomst, zodat (jonge) boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen investeren in hun bedrijf. Dat kan in samenwerking en in vertrouwen met de betrokken partijen. In het belang van voedselzekerheid op Europees niveau maken we de keuzes die weer ruimte geven voor ondernemerschap."
"Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
"Voedselproductie is geopolitiek: Vanwege onze vruchtbare grond en dankzij onze boeren, ondernemers, bedrijven en kennisinstellingen zoals de Wageningen Universiteit hebben wij een internationale voortrekkersrol als het gaat om efficiënte en technologisch geavanceerde voedselproductie. Het belang daarvan mogen we niet onderschatten, zeker niet in een tijd van inflatie en geopolitieke onrust. De kennis en innovatiekracht van onze agrarische sector kan een belangrijk exportproduct zijn, zeker met het oog op de groeiende wereldbevolking,"
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"De boer aan het roer: Op basis van een nationaal stikstofemissieplafond krijgen landbouwbedrijven een reductiedoelstelling met afrekenbare normen per hectare of per dier. Agrarische ondernemers worden dan niet meer afgerekend op modelmatig berekende neerslag, maar kunnen hun emissies monitoren en krijgen de ruimte om te voldoen aan een heldere doelstelling op een manier die past bij hun bedrijf. Bijvoorbeeld met extensivering, managementmaatregelen of stikstofreducerende innovaties."
"Een gelijk speelveld voor de industrie met de rest van Europa: We willen een gelijk speelveld voor onze industrie met de rest van Europa. Europees klimaatbeleid is daarom het beste klimaatbeleid. We schrappen waar mogelijk nationale koppen op Europees beleid. We willen geen nieuwe koppen die het verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederland schaden. We zorgen ervoor dat Nederland net als andere landen voldoet aan haar Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."