De regering moet ervoor zorgen dat proactieve dienstverlening alleen in het Nederlands plaatsvindt. Veel mensen met een bijstandsuitkering zijn buiten Europa geboren. Als de overheid mensen in andere talen benadert, kan de steun voor de sociale zekerheid afnemen. Ook wordt de taaleis in de Participatiewet (de wet voor werk en uitkeringen) niet goed nageleefd.
Motie van het lid Ceulemans over waarborgen dat proactieve dienstverlening alleen in het Nederlands plaatsvindt
De kamer,
constaterende dat als gevolg van de Wet proactieve dienstverlening
sprake zal zijn van het actief benaderen van personen om niet-gebruik van
uitkeringen tegen te gaan;
constaterende dat bijstandsuitkeringen, die onder de reikwijdte van het
wetsvoorstel vallen, reeds voor het merendeel naar personen gaan die
buiten Europa zijn geboren en dat tevens de handhaving van de taaleis in
de Participatiewet te wensen overlaat;
overwegende dergelijke zaken ten koste gaan van maatschappelijk
draagvlak voor de sociale zekerheid, zeker wanneer de overheid mensen
proactief gaat benaderen over het recht op een uitkering;
verzoekt de regering te waarborgen dat proactieve dienstverlening
voortvloeiend uit het wetsvoorstel niet in andere talen dan het Nederlands
zal plaatsvinden.
Argumenten voor: De partij stelt dat het gebruik van andere talen op de werkvloer de integratie kan belemmeren en de sociale isolatie kan vergroten [1]. De focus op de Nederlandse taal is essentieel voor snelle integratie [3] en wordt door de partij breed ondersteund, van het basisonderwijs [4] tot de noodzaak van taallessen voor statushouders [5] en de verplichting voor werkgevers om taallessen aan te bieden [11170, 11300].
Argumenten tegen: De partij streeft ernaar dat mensen die recht hebben op ondersteuning, ook daadwerkelijk die ondersteuning krijgen via actieve informatievoorziening [11207, 11192]. Als proactieve dienstverlening uitsluitend in het Nederlands plaatsvindt, kan dit de effectiviteit van deze informatievoorziening verminderen voor groepen die de taal nog niet machtig zijn, waardoor zij hun recht mogelijk minder goed kunnen claimen [2].
Bronnen:
"Arbeidsmigratie. Alleen werkgevers die een volwaardig loon betalen en personeel humaan behandelen hebben een plek in de Nederlandse economie. Op sommige werkvloeren met veel arbeidsmigranten is Engels de voertaal geworden. Nederlandse arbeiders raken hierdoor geïsoleerd en arbeidsmigranten kunnen niet integreren. Werkgevers moeten daarom Nederlandse taallessen aanbieden aan arbeidsmigranten. We stoppen met regelingen, zoals de landbouwvrijstelling, die laagbetaalde arbeid subsidiëren, en verbieden schimmige constructies die tot uitbuiting leiden. Zie hoofdstuk 'Migratie'."
"Krijgen waar je recht op hebt. Zolang extra inkomensondersteuning nodig is, informeert de overheid mensen actief over waar zij recht op hebben. Dit gebeurt in ieder geval bij grote levensgebeurtenissen, zoals verlies van werk, een scheiding, verhuizing of overlijden, en met aandacht voor bescherming van persoonsgegevens. De inkomensondersteuning wordt zoveel mogelijk automatisch uitgekeerd, zonder extra formulier. De Belastingdienst benadert de grote groep minima die geen aangifte doet voor de inkomstenbelasting als ze geld terugkrijgen over de afgelopen vijf jaar."
"Snelle integratie. Mensen moeten al tijdens hun asielprocedure kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Het huidige asielstelsel maakt dit onmogelijk door asielzoekers continu te laten verhuizen. We plaatsen asielzoekers daarom alvast in een azc in de gemeente waar ze, na inwilliging van hun asielverzoek, als statushouders zullen wonen. Inburgering is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Cursussen en examens worden volledig door de overheid bekostigd: de lening bij DUO wordt afgeschaft. De Onderwijsinspectie controleert de kwaliteit. We investeren in zinvolle dagbesteding en zelfontplooiing door snellere toegang tot taalonderwijs. We stimuleren daarnaast dat nieuwkomers en lokale bewoners elkaars achtergrond en gewoonten leren kennen."
"Goed op weg met taal. Kinderen die naar Nederland komen moeten zo snel mogelijk naar school. Door eerst te focussen op het goed leren van de Nederlandse taal, kunnen deze kinderen, soms met extra ondersteuning, binnen twee jaar instromen in het reguliere onderwijs. Er moet te allen tijden worden voorkomen dat deze kinderen geen onderwijs volgen."
"Altijd toegang tot taalles. We herzien hoe we omgaan met het vrijstellen van statushouders van hun inburgeringscursus. Statushouders kunnen nu een ontheffing krijgen als ze zeshonderd uur taalles hebben gevolgd en het niveau niet halen. De toegang tot taalles vervalt, terwijl het nog steeds belangrijk is dat mensen Nederlands leren. Wij willen dat taallessen ook na ontheffing worden aangeboden."