Alleen Nederlands bij proactieve dienstverlening

De regering moet ervoor zorgen dat proactieve dienstverlening alleen in het Nederlands plaatsvindt. Veel mensen met een bijstandsuitkering zijn buiten Europa geboren. Als de overheid mensen in andere talen benadert, kan de steun voor de sociale zekerheid afnemen. Ook wordt de taaleis in de Participatiewet (de wet voor werk en uitkeringen) niet goed nageleefd.

Motie van het lid Ceulemans over waarborgen dat proactieve dienstverlening alleen in het Nederlands plaatsvindt

De kamer, constaterende dat als gevolg van de Wet proactieve dienstverlening sprake zal zijn van het actief benaderen van personen om niet-gebruik van uitkeringen tegen te gaan; constaterende dat bijstandsuitkeringen, die onder de reikwijdte van het wetsvoorstel vallen, reeds voor het merendeel naar personen gaan die buiten Europa zijn geboren en dat tevens de handhaving van de taaleis in de Participatiewet te wensen overlaat; overwegende dergelijke zaken ten koste gaan van maatschappelijk draagvlak voor de sociale zekerheid, zeker wanneer de overheid mensen proactief gaat benaderen over het recht op een uitkering; verzoekt de regering te waarborgen dat proactieve dienstverlening voortvloeiend uit het wetsvoorstel niet in andere talen dan het Nederlands zal plaatsvinden.
7 september | JA21 | Aangenomen: 84–66 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat de Nederlandse taal de basis is voor deelname aan de samenleving [3]. Zij willen de taaleis in de Participatiewet aanscherpen en handhaven [1][2]. Het principe "Geen Nederlands, geen bijstand" maakt duidelijk dat de partij de Nederlandse taal centraal stelt in relatie tot uitkeringen [2].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het gebruik van de Nederlandse taal in de overheidsdienstverlening; de nadruk ligt juist op het versterken van de taaleis.

Bronnen:

  1. "De bijstand is niet vrijblijvend: Ondanks de vele statushouders die het goede voorbeeld geven door te werken, benutten ook velen onze gastvrijheid zonder bij te dragen aan Nederland. Daarom scherpen we de Participatiewet en het toeslagenbeleid aan. Wie onvoldoende Nederlands spreekt en geen moeite doet om dit te leren, wordt fors op de uitkering gekort. Er komt een extra korting bij het langdurig niet voldoen aan de taaleis. Uitkeringsgerechtigden die een geschikte baan weigeren, worden ook gekort. We willen dat gemeenten hier streng op handhaven, te vaak gebeurt dat nu niet. We willen dat mensen in de bijstand, autochtoon of nieuwkomer, actief aan een baan worden geholpen, waarbij we naar Rotterdams model kiezen voor focus op intensieve hulp voor mensen die het meest kans hebben om snel aan het werk te gaan."
  2. "Geen Nederlands, geen bijstand: Het is cruciaal om de taaleis in de bijstand te behouden en deze aan te scherpen. We korten mensen op de uitkering die geen Nederlands spreken en dit niet willen leren. Statushouders krijgen het eerste half jaar geen uitkering op de rekening, maar veel van hun vaste lasten worden rechtstreeks door de gemeente betaald. Statushouders die niet komen opdagen bij de taalles of verzuimen naar examens te komen moeten een boete betalen of worden gekort op de uitkering, naast het feit dat ze daarmee niet inburgeren en dus niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking komen."
  3. "Nederlands spreken is de basis: De Nederlandse taal spreken is cruciaal om vol mee te doen in onze samenleving. Daarom moet iedereen die Nederlander wil worden dat kunnen. Het is onacceptabel dat migranten die onvoldoende Nederlands spreken Nederlander mogen worden. Daarom willen wij de taaleis voor naturalisatie verhogen naar het basisniveau voor de werkvloer. Hiermee komt een einde aan vrijstellingen of andere routes waardoor burgemeesters bij een naturalisatieceremonie nu nog regelmatig mensen voor zich krijgen die de eed of belofte niet eens in het Nederlands kunnen uitspreken."