Hulp bij huiselijk geweld in Caribisch Nederland

De regering moet bij huiselijk geweld in Caribisch Nederland beter bijhouden hoeveel meldingen daadwerkelijk leiden tot hulp en bescherming. Slachtoffers die om hulp vragen moeten erop kunnen vertrouwen dat zij ook echt ondersteuning krijgen.

Motie van de leden Mutluer en Mathlouti over ook bijhouden hoeveel meldingen van huiselijk geweld in Caribisch Nederland leiden tot hulp, bescherming en verdere opvolging

De kamer, constaterende dat het aantal adviesvragen en meldingen over huiselijk en relationeel geweld in Caribisch Nederland sterk is toegenomen; constaterende dat niet duidelijk is hoeveel meldingen daadwerkelijk leiden tot hulp en bescherming voor slachtoffers; van mening dat slachtoffers die de moeilijke stap zetten om hulp te zoeken erop moeten kunnen vertrouwen dat daar ook daadwerkelijk iets mee gebeurt; verzoekt de regering om bij de monitoring van huiselijk geweld in Caribisch Nederland niet alleen bij te houden hoeveel meldingen er worden gedaan, maar ook hoeveel meldingen leiden tot hulp, bescherming en verdere opvolging, en de Kamer hierover periodiek te informeren.
8 september | PRO, D66 | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de overheid verantwoordelijk is voor de beschikbaarheid van voldoende goede hulp en het uitvoeren van deugdelijk toezicht wanneer ingrijpen noodzakelijk is [1]. Daarnaast wordt de stijgende vraag naar intensievere zorg benoemd [3], waarbij vaak de gezinssituatie of relatieproblemen van ouders een rol spelen [2].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."
  2. "Jeugdhulp gaat zich meer richten op de context van de jeugdige. Vaak houdt jeugdhulp verband met de gezinssituatie, zoals schulden, ggz- of relatieproblemen van ouders."
  3. "Gezinnen vormen het weefsel van de samenleving. Als kinderen opgroeien in een stabiele en liefdevolle omgeving, biedt dat een stevige basis voor deelname aan het onderwijs en het leveren van een bijdrage aan de samenleving. Het klassieke huwelijk van man en vrouw is hiervoor een belangrijke bedding. De vele echtscheidingen ondermijnen juist de samenleving. Leraren merken vaak heel duidelijk welke zorgen en problemen kinderen meeslepen als zij de klas binnen komen. In de jeugdhulp zien we dat de vraag naar meer en intensievere zorg blijft stijgen. Gemeenten en scholen hebben de handen vol om voldoende ondersteuning te bieden. Dat onderstreept het belang om bij de basis te beginnen: het bevorderen van sterke en stabiele gezinnen, waarbij we ook oog houden voor alleenstaanden."