De regering moet met de Raad voor de rechtspraak in overleg gaan over de snelheid van rechtszaken. Het is namelijk niet acceptabel dat de snelheid van een procedure afhangt van de woonplaats van een burger.
Motie van het lid Kostić over overleggen met de Raad voor de rechtspraak over doorlooptijden rond Woo-zaken
De kamer,
constaterende dat de rechtbank Noord-Nederland als enige rechtbank de
wettelijke termijn van acht weken voor beroepen wegens niet tijdig
beslissen in Woo-zaken haalt;
overwegende dat tijdige rechtsbescherming niet van de woonplaats van
burgers mag afhangen;
verzoekt de regering met de Raad voor de rechtspraak in overleg te treden
over doorlooptijden en daarbij de werkwijze van de rechtbank NoordNederland en benodigde ondersteuning te betrekken.
Argumenten voor: Het programma merkt op dat trage aanpassingsprocedures en eindeloze beroepstermijnen een obstakel kunnen vormen voor het presenteren van een heldere toekomstvisie [2].
Argumenten tegen: De partij wil de invloed van de rechterlijke macht op politieke besluitvorming beperken [3] en wil voorkomen dat beleid via de rechter kan worden afgedwongen [1].
Bronnen:
"Artikel 3:305a BW aanpassen
We maken het onmogelijk dat organisaties namens het 'algemeen belang' rechtszaken voeren tegen de staat (zoals in de Urgenda-zaak), zodat beleid niet via de rechter kan worden afgedwongen."
"Deze inkadering maakt het onmogelijk om een visie voor de lange termijn aan het CPB voor te leggen. Ons parlementaire systeem wordt immers gekenmerkt door lange lijnen, trage aanpassingsprocedures en eindeloze beroepstermijnen. Verleende vergunningen, vergunde aanbestedingen, gesloten verdragen: je bent er niet zomaar vanaf. Daardoor blijkt een 'doorrekening' met een tijdsbestek van slechts vier jaar vooral een sta-in-de-weg om een heldere toekomstvisie te kunnen presenteren."
"De afgelopen jaren is het evenwicht tussen democratie en rechterlijke macht scheef gegroeid. De politieke beslissingen van rechters, waaronder de Raad van State, reiken steeds verder; en steeds kleiner wordt daarmee de bewegingsruimte van regering en parlement. Dit komt onder meer door de wildgroei van 'internationaal recht' - een geheel aan 'afspraken' die via de artikelen 93 en 94 van onze Grondwet direct doorwerken in ons nationale rechtsstelsel en - daarmee - ruimte geven aan Nederlandse rechters om hun eigen politieke opvattingen - via 'rechtspraak' - aan de samenleving op te dringen."