De regering mag geen onomkeerbare afspraken maken met Tata Steel voordat zij de Kamer een volledig overzicht geeft van alle directe en indirecte kosten. De totale kosten kunnen namelijk veel hoger uitvallen dan de directe subsidie van 2 miljard euro. Denk aan extra kosten voor energie en infrastructuur, waardoor het totale bedrag tot 10,8 miljard euro kan oplopen.
Motie van het lid Kostić over geen onomkeerbare stappen zetten rondom Tata voordat er een integraal en onafhankelijk doorgerekend overzicht van alle verplichtingen en risico's is
De kamer,
constaterende dat het kabinet voornemens is een maatwerkafspraak met
Tata Steel Nederland te sluiten waarbij maximaal 2 miljard euro aan
directe maatwerksteun beschikbaar is;
constaterende dat meer dan honderden economen eerder de Kamer en
het kabinet hebben gewaarschuwd voor het gevaar van een subsidiefuik,
ambtenaren van Financiën ook negatief hadden geadviseerd over het
geven van subsidie aan Tata Steel en recent onderzoek van Milieudefensie
en SOMO stelt dat de totale publieke kosten die gedurende de looptijd van
de voorgenomen maatwerkafspraak kunnen samenhangen met onder
meer infrastructuur, biomethaan, nettarieven en CO2-opslag kunnen
oplopen tot 10,8 miljard;
overwegende dat het kabinet deze berekening betwist, maar de Kamer
nog geen volledig en integraal overzicht heeft ontvangen van alle directe
én indirecte financiële verplichtingen en risico’s voor de Staat die uit de
voorgenomen maatwerkafspraak kunnen voortvloeien;
verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten rondom
Tata voordat de regering de Kamer een integraal en onafhankelijk
doorgerekend overzicht verstrekt van alle directe, indirecte, voorwaardelijke en langjarige financiële verplichtingen en risico’s voor de Staat en de
belastingbetaler die met de afspraak samenhangen, uitgesplitst naar
maatwerksteun, energie-infrastructuur, netkosten, biomethaan,
CO2-opslag en overige publieke voorzieningen.
Argumenten voor: De partij wil dat vervuilers, waarbij Tata Steel specifiek wordt genoemd, verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen van hun vervuiling [2]. Daarnaast is het een uitgangspunt dat bedrijven die gebruikmaken van overheidssteun moeten voldoen aan internationale normen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen [3].
Argumenten tegen: De partij streeft naar doortastend beleid en grootschalige investeringen om Nederland vooruit te helpen [1]. Het eisen van een uitgebreid en onafhankelijk overzicht voordat er onomkeerbare stappen worden gezet, kan worden gezien als een vertraging van dit beleid.
Bronnen:
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
"Er is in onze economie geen enkele plaats voor kinderarbeid en uitbuiting. De Wet Zorgplicht Kinderarbeid, die al door beide Kamers is aangenomen, wordt met spoed uitgevoerd. Producten waarvan de productie in strijd is met internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, kinderarbeid of milieu, worden geweerd, óók als dat de exit van platforms als Temu en AliExpress uit Nederland betekent. Het uitgangspunt wordt dat bedrijven die van overheidssteun gebruikmaken, de OESO-normen rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven en naleven."