Geen nieuwe belastingen voor de industrie

De regering moet geen nieuwe nationale heffingen (extra belastingen) voor de industrie voorstellen. De sector heeft nu al veel last van hoge energiekosten, netcongestie (problemen met het elektriciteitsnet) en extra belastingen. Nieuwe lasten zijn alleen toegestaan als bewezen is dat de internationale concurrentiepositie van Nederland niet verslechtert.

Motie van het lid Vermeer over geen nieuwe nationale lasten voor de industrie die de internationale concurrentiepositie verslechteren

De kamer, constaterende dat de Nederlandse industrie kampt met hoge energiekosten, netcongestie en aanvullende nationale heffingen; overwegende dat het rapport-Wennink juist wijst op het belang van een sterk vestigingsklimaat en stabiele randvoorwaarden voor het verdienvermogen van Nederland; verzoekt de regering geen nieuwe nationale lasten voor de industrie voor te stellen zolang niet is aangetoond dat de internationale concurrentiepositie hierdoor niet verslechtert.
9 september | BBB | Verworpen: 51–99 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een gelijk Europees speelveld [3] om weglek van de industrie te voorkomen [4]. Daarnaast wil de partij de nationale CO2-heffing voor bedrijven op nul zetten wanneer de overheid in gebreke blijft [1] en zet zij in op een gelijk speelveld met buurlanden [2].

Argumenten tegen: De partij ziet de nationale CO2-heffing als een instrument dat moet blijven bestaan [1] en streeft naar een hogere CO2-reductie dan de Europese doelstellingen [4].

Bronnen:

  1. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  2. "De netkosten stijgen komende jaren flink. Dat heeft gevolgen voor de energierekening van zowel huishoudens als bedrijven. We zetten in op een gelijk speelveld met buurlanden en we hebben in het bijzonder aandacht voor de energierekening van huishoudens met een krappe beurs. Via langere afschrijvingstermijnen en het stapsgewijs aflossen van de lening, dempen we de snelle stijging van nettarieven. De ChristenUnie stelt via een kapitaalstorting 10 miljard euro extra beschikbaar voor de netbeheerders, zodat hun financieringskosten laag blijven."
  3. "Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden. Ook vangen verschillende Europese landen elkaar vliegen af door belastingconcurrentie om grote bedrijven binnen te halen. Dat moet anders. Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun."
  4. "Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."