De regering moet geen nieuwe nationale heffingen (extra belastingen) voor de industrie voorstellen. De sector heeft nu al veel last van hoge energiekosten, netcongestie (problemen met het elektriciteitsnet) en extra belastingen. Nieuwe lasten zijn alleen toegestaan als bewezen is dat de internationale concurrentiepositie van Nederland niet verslechtert.
Motie van het lid Vermeer over geen nieuwe nationale lasten voor de industrie die de internationale concurrentiepositie verslechteren
De kamer,
constaterende dat de Nederlandse industrie kampt met hoge energiekosten, netcongestie en aanvullende nationale heffingen;
overwegende dat het rapport-Wennink juist wijst op het belang van een
sterk vestigingsklimaat en stabiele randvoorwaarden voor het verdienvermogen van Nederland;
verzoekt de regering geen nieuwe nationale lasten voor de industrie voor
te stellen zolang niet is aangetoond dat de internationale concurrentiepositie hierdoor niet verslechtert.
Argumenten voor: De partij wil het concurrentievermogen van bedrijven vergroten [3] en wil dat bedrijven weer vooruit kunnen door het weghalen van barrières [4]. Daarnaast is er behoefte aan meer ruimte op het energienet zodat bedrijven kunnen uitbreiden [2].
Argumenten tegen: De partij wil een actieve groene industriepolitiek waarbij keuzes worden gemaakt over welke bedrijven toekomst hebben . Hierbij willen zij sectoren die niet tijdig verduurzamen uitsluiten [1] en sectoren die internationaal niet duurzaam concurrerend blijken stapsgewijs afbouwen [5].
Bronnen:
"Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."
"Ruimte op het energienet. Er komt meer ruimte op het energienet, zodat bedrijven wel uit kunnen breiden of verduurzamen, zie hoofdstuk 'Klimaat en Energie'."
"Een Nationale Investeringsbank. Een Nationale Investeringsbank vergroot het Nederlandse concurrentievermogen en kan bedrijven toegang geven tot leningen die ze op de reguliere markt niet kunnen krijgen. We bundelen de huidige instellingen van Invest-NL, Invest International, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen zodat de slagkracht van de bank groter wordt en we aan kunnen sluiten bij initiatieven van de Europese Investeringsbank. We hebben hierbij in het bijzonder aandacht voor mkb-bedrijven die moeilijk aan het benodigde durfkapitaal komen."
"Het stikstofslot gaat eraf. Daardoor kunnen bedrijven weer vooruit, zie hoofdstuk 'Natuur en Landbouw'."
"Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."