De regering moet geen nieuwe nationale heffingen (extra belastingen) voor de industrie voorstellen. De sector heeft nu al veel last van hoge energiekosten, netcongestie (problemen met het elektriciteitsnet) en extra belastingen. Nieuwe lasten zijn alleen toegestaan als bewezen is dat de internationale concurrentiepositie van Nederland niet verslechtert.
Motie van het lid Vermeer over geen nieuwe nationale lasten voor de industrie die de internationale concurrentiepositie verslechteren
De kamer,
constaterende dat de Nederlandse industrie kampt met hoge energiekosten, netcongestie en aanvullende nationale heffingen;
overwegende dat het rapport-Wennink juist wijst op het belang van een
sterk vestigingsklimaat en stabiele randvoorwaarden voor het verdienvermogen van Nederland;
verzoekt de regering geen nieuwe nationale lasten voor de industrie voor
te stellen zolang niet is aangetoond dat de internationale concurrentiepositie hierdoor niet verslechtert.
Argumenten voor: Het programma bevat geen argumenten om het voorstellen van nieuwe nationale lasten voor de industrie te beperken om de internationale concurrentiepositie te beschermen.
Argumenten tegen: De partij hanteert het principe dat de vervuiler moet betalen [2][5] en wil daarom fossiele subsidies voor grote vervuilers stopzetten [1][5]. Daarnaast pleit de partij voor het invoeren van een progressieve waterbelasting voor industriële grootverbruikers [3] en wil de industrie als eerste aanpakken bij het afbouwen van fossiele brandstoffen [4].
Bronnen:
"De industrie is verantwoordelijk voor meer dan 40% van het energieverbruik in Nederland. Dezelfde grote vervuilers profiteren van belastingvoordelen en fossiele subsidies, terwijl huishoudens en het mkb relatief veel betalen. Hierdoor blijft de energietransitie achter en blijft Nederland kwetsbaar voor internationale prijsschommelingen. Dat moet anders. De Partij voor de Dieren kiest voor een structurele verlaging van de energierekening door verspilling te stoppen, fossiele subsidies versneld af te bouwen en te investeren in lokale, betaalbare en hernieuwbare energie."
"Nederland ontwikkelt op korte termijn een visie voor een economie die past binnen de grenzen van de planeet. Welzijn van mens en dier staat hierbij centraal. Niet de burger, maar de vervuiler betaalt. Vervuilende sectoren als petrochemie, olieraffinage, luchtvaart, de vee-industrie worden afgebouwd. Sociale en circulaire sectoren worden gestimuleerd."
"Grote bedrijven moeten meer gaan betalen voor drinkwater. De leveringsplicht voor nieuw te vestigen (niet cruciale) bedrijven vervalt."
"Er komt een ambitieus afbouwplan voor fossiele brandstoffen, waarbij de industrie als eerste wordt aangepakt."
"We gaan ons meer richten op het ondersteunen van het toekomstbestendige midden- en kleinbedrijf, groene innovaties en lokale initiatieven. We stoppen met het subsidiëren van de grootste vervuilers. De vervuiler gaat betalen en de opbrengsten gebruiken we voor toekomstbestendige ondernemingen en groene innovatie."