De regering moet de subsidie voor grote restauraties van niet-woonhuisrijksmonumenten omzetten in een structurele regeling met vaste middelen. Dit helpt om de achterstanden bij het onderhoud van deze monumenten weg te werken. Het doel is om de restauratieachterstand in 2033 tot 10% te beperken.
Motie van de leden Mohandis en Beckerman over de Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten omzetten naar een structurele regeling
De kamer,
constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen om de totale
restauratieopgave van niet-woonhuisrijksmonumenten terug te brengen
tot 10% in 2033;
constaterende dat de Subsidieregeling grote restauratieopgaven
niet-woonhuisrijksmonumenten is bedoeld voor grote restauratieopgaven
die tot nu toe vaak buiten de boot vielen als het gaat om subsidie, en dat
de regeling daarom bijdraagt aan het terugdringen van de restauratieachterstanden voor deze categorie rijksmonumenten;
verzoekt de regering de regeling die er is om te zetten naar een structurele
regeling met structurele middelen.
Argumenten voor: De partij wil de knelpunten in de financiering van monumentenzorg aanpakken [1] en de renovatieachterstand verder terugbrengen [1]. Daarnaast wordt voorgesteld een erfgoedfonds op te richten om grote renovaties van Rijksmonumenten op te pakken die de provincies en gemeenten niet zelf kunnen financieren [1]. De partij steunt bovendien het principe van structurele financiering en het verhogen van subsidiebudgetten binnen de culturele sector [3][2].
Argumenten tegen: De partij spreekt over het doen van eenmalige investeringen in het achterstallig onderhoud van monumenten voor de komende kabinetsperiode [1].
Bronnen:
"We pakken de knelpunten in de financiering van monumentenzorg aan. We doen ook de komende kabinetsperiode eenmalige investeringen in achterstallig onderhoud van monumenten en werken eraan de renovatieachterstand verder terug te brengen. We richten een erfgoedfonds op dat grote renovaties van Rijksmonumenten die de provincies en gemeenten niet zelf kunnen financieren kan oppakken. We willen dat duurzaamheidsstandaarden bij het behoud van cultureel erfgoed als monumenten aangescherpt worden. Om ons erfgoed door te kunnen geven aan de volgende generaties, is aanpassing van monumenten aan de hedendaagse eisen en wensen van de gebruiker en leefomgeving noodzakelijk. Volt wil daarbij aandacht voor monumenten in elke regio."
"We geven de culturele sector meer zekerheid en toekomstperspectief, door de subsidieperiode in de basisinfrastructuur te verlengen naar acht jaar. Culturele instellingen kunnen door een langere subsidierelatie met het Rijk hun toekomstvisie voor cultuur tot leven brengen en nieuwe financieringsvormen aantrekken. De Rijksfondsen krijgen door de langere subsidieperiode meer speelruimte om cultuurbeleid voor de lange termijn te combineren met afwisselende subsidievormen en -duur."
"We verhogen structureel het jaarlijkse subsidiebudget in de basisinfrastructuur. Volt wil het subsidiestelsel daarbij ook toegankelijker en eerlijker maken voor makers en instellingen. Met het nieuwe extra budget zorgen we voor een betere spreiding van het cultuuraanbod over het land en geven we meer nieuwe of ondervertegenwoordigde kunstvormen, genres en kleine makers een kans op subsidie, zoals de Raad voor Cultuur voorstelt. Zo zorgen we voor verrijking in plaats van een verschuiving. Ook stellen we extra middelen beschikbaar voor eerlijkere beloning in de sector."