Verbod gezichtsbedekkende kleding bij protesten

De regering moet begin 2027 een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties voorleggen voor consultatie. Het verbod krijgt slechts enkele beperkte uitzonderingen, zoals voor mensen die gevaar lopen door een buitenlands regime. Een verbod met deze uitzonderingen is juridisch mogelijk en het meest werkbaar.

Motie van het lid Eerdmans c.s. over begin 2027 een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in consultatie brengen

De kamer, constaterende dat de Kamer met de motie-Eerdmans/Stoffer (36 600, nr. 34) en de motie-Eerdmans (29 628, nr. 1229) heeft verzocht om een wettelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties; constaterende dat het kabinet, ondanks de herhaaldelijk uitgesproken wens van de Kamer, vooralsnog niet overgaat tot invoering van een landelijk wettelijk verbod; overwegende dat uit de verkenning van het kabinet blijkt dat een landelijk verbod met een uitzonderingsmogelijkheid juridisch mogelijk en het meest werkbaar is; verzoekt de regering begin 2027 een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in consultatie te brengen, waarbij slechts beperkte en limitatief in de wet omschreven uitzonderingen gelden, waaronder een aantoonbaar veiligheidsrisico voor een demonstrant vanwege mogelijke represailles van een buitenlands regime.
17 september | JA21, BBB, CU, SGP | Aangenomen: 87–63 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de voorwaarden voor het uitoefenen van het demonstratierecht waar nodig aangescherpt moeten worden om de orde te bewaken [1]. Hierbij wordt expliciet het verbod op gezichtsbedekkende kleding genoemd als een gewenst onderdeel van deze aanscherpingen [1].

Argumenten tegen: De partij hecht grote waarde aan de vrijheid van godsdienst en benadrukt dat deze belangrijke pijlers van de samenleving niet mogen worden aangetast [2]. Daarnaast wordt gesteld dat klassieke grondrechten, waaronder het demonstratierecht, onder druk staan en dat de overheid hier stevig voor moet staan [3].

Bronnen:

  1. "Het grondrecht om te demonstreren is een groot goed. Het merendeel van de demonstraties verloopt vreedzaam, maar acties die de orde buitensporig verstoren of de rechten en vrijheden van andere mensen ernstig beperken, zijn in opkomst. Om dit gerichter aan te kunnen pakken, moeten de voorwaarden om te kunnen demonstreren waar nodig aangescherpt. Onderdeel daarvan is het verbod op gezichtsbedekkende kleding en het zo mogelijk verhalen van schade op de organisatoren. Daarnaast moet intimidatie en het op andere manier verhinderen van vreedzame bijeenkomsten worden tegengegaan door misbruik van het beginsel van zicht- en gehoorsafstand aan te pakken."
  2. "De vrijheid van godsdienst, vereniging, onderwijs en meningsuiting zijn belangrijke pijlers van de manier waarop we samenleven. Die mogen niet worden aangetast. Deze vrijheden gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden. De gedachte dat vrijheid alleen geldt als je dingen doet of zegt die passen bij de opvatting van de meerderheid is een bedreiging van deze grondrechten."
  3. "Naast externe bedreigingen voor onze democratie zien we dat onze klassieke grondrechten dreigen af te brokkelen doordat bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van vergadering en het demonstratierecht onder druk staan. Het gezag van de rechtspraak wordt ter discussie gesteld en media gewantrouwd. Hetzelfde geldt voor het gezag van internationale instellingen en verdragen. Dit vraagt om politiek die stevig staat voor grondrechten, een weerbare samenleving, een krachtig en effectief justitieapparaat en scherpe normerende keuzes door de overheid."