De regering moet begin 2027 een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties voorleggen voor consultatie. Het verbod krijgt slechts enkele beperkte uitzonderingen, zoals voor mensen die gevaar lopen door een buitenlands regime. Een verbod met deze uitzonderingen is juridisch mogelijk en het meest werkbaar.
Motie van het lid Eerdmans c.s. over begin 2027 een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in consultatie brengen
De kamer,
constaterende dat de Kamer met de motie-Eerdmans/Stoffer (36 600, nr.
34) en de motie-Eerdmans (29 628, nr. 1229) heeft verzocht om een
wettelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties;
constaterende dat het kabinet, ondanks de herhaaldelijk uitgesproken
wens van de Kamer, vooralsnog niet overgaat tot invoering van een
landelijk wettelijk verbod;
overwegende dat uit de verkenning van het kabinet blijkt dat een landelijk
verbod met een uitzonderingsmogelijkheid juridisch mogelijk en het
meest werkbaar is;
verzoekt de regering begin 2027 een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in consultatie te brengen, waarbij slechts
beperkte en limitatief in de wet omschreven uitzonderingen gelden,
waaronder een aantoonbaar veiligheidsrisico voor een demonstrant
vanwege mogelijke represailles van een buitenlands regime.
Argumenten voor: Het programma biedt geen directe argumenten voor een verbod, maar richt zich wel op het waarborgen van veiligheid en het voorkomen van rellen [3].
Argumenten tegen: De partij staat pal voor het demonstratierecht, ook als dit botst met andere belangen [1]. Er wordt expliciet gesteld dat mensen die vanwege bijvoorbeeld buitenlandse repressie of andere redenen niet herkenbaar willen zijn, anoniem moeten kunnen demonstreren [1]. Daarnaast zet de partij zich in tegen islamofobie [2] en wil zij het verbod op religieuze uitingen bij de politie afschaffen [4].
Bronnen:
"Verzeker het demonstratierecht. Wij staan pal voor het demonstratierecht. Het recht om te demonsteren behoort tot de kern van de democratie, ook wanneer dat botst met andere belangen. Daarbij hoort dat het openbaar gezag zich faciliterend opstelt bij demonstraties. Demonstranten dienen behandeld te worden als burgers die gebruikmaken van hun recht op vrijheid van meningsuiting. Ingrijpen gebeurt alleen wanneer dit strikt noodzakelijk is, zoals bij strafbare feiten. De burgemeester en de rechter beslissen of ingegrepen moet worden, niet de politiek. De politie moet de rechten en veiligheid van demonstranten waarborgen, bijvoorbeeld bij geweld of intimidatie van omstanders of tegendemonstranten. De politie is er bij uitstek om te de-escaleren. Mensen die de straat op gaan tegen buitenlandse repressie of om andere redenen en niet herkenbaar willen zijn moeten anoniem kunnen demonstreren."
"Moslimhaat tegengaan. We erkennen islamofobie als een vorm van institutionele en structurele discriminatie van mensen die moslim zijn of mensen die als moslim worden gezien. We bestrijden moslimhaat in al haar vormen, zowel online als in het klaslokaal, bij financiële instellingen en op de arbeidsmarkt. De normalisering van moslimhaat ondermijnt niet alleen de veiligheid en rechten van moslims, maar voedt een intolerant klimaat dat ook andere minderheden, activisten en maatschappelijke organisaties raakt. Daarom bestrijden we islamofobie expliciet, krachtig en structureel, en wijzen we stigmatiserende taal, zoals het spreken over 'islamisering' actief af."
"Bescherm lokale democratie. Het vrije debat staat lokaal steeds vaker onder druk door intimidatie en bedreiging. Relschoppers proberen hun zin te krijgen door burgemeesters en raadsleden te bedreigen en raadsvergaderingen te verstoren, tot gewelddadig verzet en brandstichting aan toe. We zorgen dat politie voldoende capaciteit hebben om daders op te sporen en raadsvergaderingen zo nodig te beveiligen. Lokale bestuurders en politici verdienen steun uit Den Haag."
"Een politie voor iedereen. De politie moet voor alle groepen in onze samenleving een betrouwbare partner zijn. Discriminatie van agenten onderling of richting burgers pakken we aan. Dat begint met meer aandacht voor deze thema's in de politieopleiding, maar moet navolging krijgen op de werkvloer. Het verbod op religieuze uitingen bij de politie schaffen we af en we versterken de interne netwerken zoals Roze in Blauw. We zien er beter op toe dat agenten burgers alleen om legitimatie vragen indien daar redelijke grond voor is."