De regering moet het actieplan ''meer plantaardige voeding' meenemen in het stikstofpakket en de voedselstrategie. Dit draagt bij aan het klimaat, de volksgezondheid en het verdienvermogen van boeren die eiwitteelten.
Motie van het lid Teunissen over de oproep voor een actieplan ‘Meer Plantaardige Voeding’ meenemen in de verdere uitwerking van het stikstofpakket en de voedselstrategie
De kamer,
constaterende dat Nederlandse boeren en tuinders kwalitatieve plantaardige producten telen, er al meer dan 500 bedrijven actief zijn in deze
sector en de potentiële groei nog vele malen groter is;
constaterende dat boerenvertegenwoordigers, ondernemers en supermarkten daarom oproepen tot een actieplan om zo koploper te worden in
duurzame plantaardige eiwitproductie;
overwegende dat dit bijdraagt aan het landbouw- en klimaatbeleid, de
volksgezondheid en het verdienvermogen van boeren met eiwitteelten
van Nederlandse bodem;
verzoekt de regering de oproep voor een actieplan «meer plantaardige
voeding» mee te nemen in de verdere uitwerking van het stikstofpakket en
de voedselstrategie.
Argumenten voor: De partij wil het stimuleren van een meer diverse consumptie [4] en vindt het belangrijk om de voedselproductie mee te nemen in een Europese voedselstrategie [5]. Daarnaast wordt de verantwoordelijkheid van ketenpartijen bij de transitie naar duurzame landbouw benadrukt [3].
Argumenten tegen: De partij streeft naar een oplossing voor het stikstofprobleem om ruimte en zekerheid te bieden aan de agrarische sector [1][2][3] en benadrukt het belang van voedselzekerheid [6].
Bronnen:
"Nederland moet van het stikstofslot. Voor woningbouw en andere bouwprojecten, infrastructurele projecten en landbouw is het van het grootste belang dat de vergunningverlening weer op gang komt. Sinds de PAS-uitspraak van 2019 is er te weinig gedaan om daadwerkelijk tot een oplossing te komen. We onderschrijven het plan van LTO, NAJK en de medeoverheden dat onlangs is gepresenteerd. Dit is een belangrijke eerste stap, die met het Rijk en andere organisaties verder moet worden uitgewerkt. Deze beweging moet leiden tot emissiereductie in alle sectoren op zeer korte en langere termijn, via wettelijk geborgde doelstellingen, zodat er weer vergunningen kunnen worden verleend, zodat biodiversiteit kan verbeteren, PAS-melders en interimmers kunnen worden gelegaliseerd. We monitoren voortdurend de voortgang op de gestelde doelen en sturen waar nodig bij. We doen wat nodig is."
"We moeten de komende periode een groot aantal grote vraagstukken tegelijk aanpakken. Voor boeren en vissers een eerlijke prijs voor het voedsel dat ze produceren, ruimte om te kunnen ondernemen, grond die betaalbaar is. Voor toekomstperspectief voor jonge boeren, zodat ze de transitie kunnen meemaken. De natuur moet worden versterkt, door investeringen in waterbeschikbaarheid en reductie van stikstofdepositie. In de wereldwijd erkende wetenschappelijke positie rondom landbouw en natuur blijven we investeren met overheid, kennisinstellingen en bedrijven."
"Elk gebied is uniek en verdient een eigen aanpak, beleid en maatregelen, die werkelijk bijdragen aan betere natuur en uitvoerbaar zijn op het boerenerf. In samenwerking met de gehele sector en medeoverheden komen er geborgde maatregelenpakketten die zekerheid én ruimte bieden voor de uitwerking hiervan. Ook ketenpartijen - zoals supermarkten, verwerkers en banken - moeten hun verantwoordelijkheid nemen en boeren helpen bij de transitie naar duurzame landbouw, ook financieel. Zo werken we samen aan een gezonde, toekomstbestendige landbouwsector."
"We onderschrijven het 'Convenant Dierwaardige Veehouderij' en het oprichten van de onafhankelijke autoriteit. Er moet meer worden gedaan aan het tegengaan van verspillen van voedsel en het stimuleren van meer divers consumeren."
"We moeten het landschap duurzaam beheren, het welzijn van dieren verhogen, het klimaat en de bodem verbeteren en ruimte scheppen voor andere maatschappelijke prioriteiten, zoals natuur, woningbouw, water en energietransitie. Daarbij houden we oog voor het belang van de voedselproductie door de Nederlandse landbouw binnen een Europese voedselstrategie."
"Voedselzekerheid is een essentiële waarde in ons landbouwbeleid. Er komt regie op ontwikkeling van de sector. Gronden en bedrijfslocaties van boeren zonder bedrijfsopvolgers moeten met behulp van regie en stimulerende regelingen vanuit de overheid, worden verschoven naar de (jonge) boeren die door willen. Hierbij hoort langjarig structuurbeleid."