Actieplan voor meer plantaardige voeding

De regering moet het actieplan ''meer plantaardige voeding' meenemen in het stikstofpakket en de voedselstrategie. Dit draagt bij aan het klimaat, de volksgezondheid en het verdienvermogen van boeren die eiwitteelten.

Motie van het lid Teunissen over de oproep voor een actieplan ‘Meer Plantaardige Voeding’ meenemen in de verdere uitwerking van het stikstofpakket en de voedselstrategie

De kamer, constaterende dat Nederlandse boeren en tuinders kwalitatieve plantaardige producten telen, er al meer dan 500 bedrijven actief zijn in deze sector en de potentiële groei nog vele malen groter is; constaterende dat boerenvertegenwoordigers, ondernemers en supermarkten daarom oproepen tot een actieplan om zo koploper te worden in duurzame plantaardige eiwitproductie; overwegende dat dit bijdraagt aan het landbouw- en klimaatbeleid, de volksgezondheid en het verdienvermogen van boeren met eiwitteelten van Nederlandse bodem; verzoekt de regering de oproep voor een actieplan «meer plantaardige voeding» mee te nemen in de verdere uitwerking van het stikstofpakket en de voedselstrategie.
17 september | PvdD | Aangenomen: 79–71 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (onzeker, 50%)

Argumenten voor: De partij pleit voor een gebiedsgerichte aanpak en meer doelsturing binnen het landbouwbeleid [2] en vindt dat samenwerking tussen partijen voor herstructurering en uitstootreductie steun en ruimte van het Rijk verdient [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen specifieke standpunten over de transitie naar plantaardige eiwitproductie.

Bronnen:

  1. "In verschillende gebieden, zoals de Foodvalley, wordt door gebiedspartijen, gemeenten en provincie al goed samengewerkt aan uitstootreductie, herstructurering en natuurherstel. Dat verdient alle steun en ruimte vanuit het Rijk."
  2. "Gebieden waar de landbouw weinig problemen voor de waterkwaliteit veroorzaakt, worden niet aangewezen als kwetsbaar gebied voor de Nitraatrichtlijn. Het volgende actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn bevat de volgende elementen: 1) meer doelsturing, bijvoorbeeld op basis van het stikstofbodemoverschot, in plaats van een stapeling van middelvoorschriften, 2) een gebiedsgerichte aanpak op basis van metingen, 3) meer ruimte voor het uitrijden van mest bij hoge gewasopbrengsten."