De regering moet het actieplan ''meer plantaardige voeding' meenemen in het stikstofpakket en de voedselstrategie. Dit draagt bij aan het klimaat, de volksgezondheid en het verdienvermogen van boeren die eiwitteelten.
Motie van het lid Teunissen over de oproep voor een actieplan ‘Meer Plantaardige Voeding’ meenemen in de verdere uitwerking van het stikstofpakket en de voedselstrategie
De kamer,
constaterende dat Nederlandse boeren en tuinders kwalitatieve plantaardige producten telen, er al meer dan 500 bedrijven actief zijn in deze
sector en de potentiële groei nog vele malen groter is;
constaterende dat boerenvertegenwoordigers, ondernemers en supermarkten daarom oproepen tot een actieplan om zo koploper te worden in
duurzame plantaardige eiwitproductie;
overwegende dat dit bijdraagt aan het landbouw- en klimaatbeleid, de
volksgezondheid en het verdienvermogen van boeren met eiwitteelten
van Nederlandse bodem;
verzoekt de regering de oproep voor een actieplan «meer plantaardige
voeding» mee te nemen in de verdere uitwerking van het stikstofpakket en
de voedselstrategie.
Argumenten voor: De partij streeft naar een gebalanceerde landbouwsector met meer oog voor de natuur [1]. Er wordt ingezet op een sluitend kringloopsysteem van gewas, voer en voedsel om de afhankelijkheid van import van voer te verminderen [4]. Daarnaast kan de sector een grote bijdrage leveren aan de klimaatdoelen [3].
Argumenten tegen: De partij geeft de voorkeur aan het sturen op doelen in plaats van middelvoorschriften [2][5].
Bronnen:
"Onze boeren, tuinders en vissers werken dagelijks in weer en wind om ons van ons voedsel te voorzien. Vaak zijn het familiebedrijven die, ondanks vaak te lage prijzen en ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid, ons van voedsel voorzien en voor onze omgeving zorgen. Als rentmeesters geven ze invulling aan Gods opdracht om de schepping te bewerken en bewaren. Ze onderhouden ons prachtige Nederlandse landschap. Helaas is het huidige landbouw- en voedselsysteem door politieke en commerciële druk niet meer in balans met de omgeving en natuur. De ChristenUnie streeft naar een gebalanceerde landbouwsector: extensiever en met meer oog voor de natuur. Krimp van de veestapel gaat daarbij gepaard met een passend hernieuwd verdienmodel voor de boer."
"Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
"De agrarische sector kan een grote bijdrage leveren aan de klimaatdoelen. De landelijke doelen worden bedrijfsspecifiek gemaakt. Innovatieve bronmaatregelen en schone productietechnieken worden gestimuleerd. Daarom krijgt de landbouwsector toegang tot het Klimaatfonds. Door vernatting en minder intensieve grondbewerking wordt de CO2-uitstoot door landgebruik teruggedrongen."
"De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"
"De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."