Betere financiering voor Centra Seksueel Geweld

De regering moet onderzoeken hoe de Centra Seksueel Geweld (CSG's: hulpcentra voor slachtoffers van seksueel geweld) beter en gelijkmatig gefinancierd kunnen worden. Seksueel geweld is een landelijk probleem. Nu zijn de centra afhankelijk van tijdelijk geld van gemeenten. Dit zorgt voor verschillen tussen regio's. Er moet gekeken worden naar vaste financiering vanuit de landelijke overheid.

Motie van het lid Beckerman c.s. over voor de begroting van VWS in beeld brengen hoe met de extra middelen het CSG beter gefinancierd kan worden

De kamer, constaterende dat de Centra Seksueel Geweld (CSG’s) afhankelijk zijn van onzekere en tijdelijke financiering via gemeenten, waardoor er regionale verschillen ontstaan; constaterende dat er ook regionale verschillen zijn in de manier waarop de medische zorg gefinancierd wordt; overwegende dat seksueel geweld een landelijk en structureel probleem is, waarvoor meer landelijke regie op preventie en hulpverlening logisch zou zijn; constaterende dat recent is besloten voor de komende jaren extra geld uit te trekken voor hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld; verzoekt de regering om voor de begroting van VWS in beeld te brengen hoe met ten minste deze extra middelen het landelijke CSG en de regionale CSG’s beter en eenduidiger gefinancierd zouden kunnen worden; verzoekt tevens in beeld te brengen welke meer structurele en eenduidige financieringsroutes er zijn voor de toekomst en daarbij de optie van financiering vanuit de rijksoverheid mee te nemen.
21 september | SP, CDA, D66, PRO, VVD | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil een structurele aanpak van seksuele intimidatie en geweld en het versterken van de hulpverlening [1]. Daarnaast is er de wens om de hulp en nazorg bij geweld te verbeteren [2] en de verschraling van zorgvoorzieningen tegen te gaan [4]. De partij pleit bovendien voor het verstrekken van structureel voldoende middelen aan gemeenten, zodat taken en middelen in balans zijn [3].

Argumenten tegen: Het programma geeft geen aanleiding om tegen structurele financiering of landelijke regie over de hulpverlening bij seksueel geweld te stemmen.

Bronnen:

  1. "Structurele Aanpak seksuele intimidatie en geweld tegen vrouwen . Geweld tegen vrouwen is een probleem van de hele samenleving. We verbinden de aanpak tegen femicide en huiselijk geweld aan de voortzetting van het Nationaal Actieprogramma tegen seksuele intimidatie en seksueel geweld. Want er liggen dezelfde ingesleten rolpatronen aan ten grondslag. Een regeringscommissaris draagt zorg voor afstemming, begeleidt veranderingstrajecten en jaagt de noodzakelijke cultuurverandering na. We versterken hulpverlening, pakken misstanden aan en hebben aandacht voor zedenwetgeving, zie hoofdstuk 'Justitie en Veiligheid'."
  2. "Kindermishandeling en huiselijk geweld. We investeren in een aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling gericht op het voorkomen, vroeg signaleren en verbeteren van hulp en het bieden van goede nazorg. Hierbij is oog voor het doorbreken van het patroon waarbij geweld doorgegeven wordt van de ene generatie naar de volgende."
  3. "Financiën van medeoverheden. Gemeenten en provincies krijgen structureel voldoende middelen om hun taken uit te voeren en een blijvende stevige financiële basis. We zorgen ervoor dat taken en middelen in balans worden gebracht door het advies van de Raad Openbaar Bestuur (Afrekenen met Disbalans) nauwgezet uit te voeren. Gemeente- en Provinciefonds groeien mee met de taken die medeoverheden hebben en krijgen - en met de reële kosten om die uit te voeren."
  4. "Zorg dichtbij, ook in de regio. Waar je ook woont, de ambulance moet je altijd op tijd kunnen bereiken om je naar een ziekenhuis in de buurt te brengen. We gaan de verschraling van zorgvoorzieningen actief tegen en zetten in op het behoud van streekziekenhuizen. Ook hier kiezen we voor samenwerking boven marktwerking. De acute zorg gaan we financieren op basis van beschikbaarheid en niet langer per verrichte handeling."