De regering moet onderzoeken hoe de Centra Seksueel Geweld (CSG's: hulpcentra voor slachtoffers van seksueel geweld) beter en gelijkmatig gefinancierd kunnen worden. Seksueel geweld is een landelijk probleem. Nu zijn de centra afhankelijk van tijdelijk geld van gemeenten. Dit zorgt voor verschillen tussen regio's. Er moet gekeken worden naar vaste financiering vanuit de landelijke overheid.
Motie van het lid Beckerman c.s. over voor de begroting van VWS in beeld brengen hoe met de extra middelen het CSG beter gefinancierd kan worden
De kamer,
constaterende dat de Centra Seksueel Geweld (CSG’s) afhankelijk zijn van
onzekere en tijdelijke financiering via gemeenten, waardoor er regionale
verschillen ontstaan;
constaterende dat er ook regionale verschillen zijn in de manier waarop
de medische zorg gefinancierd wordt;
overwegende dat seksueel geweld een landelijk en structureel probleem
is, waarvoor meer landelijke regie op preventie en hulpverlening logisch
zou zijn;
constaterende dat recent is besloten voor de komende jaren extra geld uit
te trekken voor hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld;
verzoekt de regering om voor de begroting van VWS in beeld te brengen
hoe met ten minste deze extra middelen het landelijke CSG en de
regionale CSG’s beter en eenduidiger gefinancierd zouden kunnen
worden;
verzoekt tevens in beeld te brengen welke meer structurele en eenduidige
financieringsroutes er zijn voor de toekomst en daarbij de optie van
financiering vanuit de rijksoverheid mee te nemen.
Argumenten voor: De partij wil de huidige 'lappendeken' van de zorg, die gekenmerkt wordt door verschillende financieringsstromen, aanpakken omdat deze de samenwerking en innovatie belemmert [1]. Daarnaast stelt de partij dat de verschillen tussen gemeentelijke regelingen momenteel te groot zijn en wil zij deze harmoniseren [2]. De motie, die vraagt om het in kaart brengen van mogelijkheden voor eenduidige en structurele financiering om regionale verschillen te verkleinen, sluit aan bij deze standpunten.
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten tegen het onderzoeken van landelijke financieringsroutes of het verbeteren van de financiering van zorginstellingen.
Bronnen:
"Onderzoek naar betere samenwerking in de zorg: De lappendeken van de zorg met vier organiserende principes (wijk, gemeente, regio, landelijk), vijf verschillende financieringsstromen (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid) en acht sectoren (publieke gezondheid, welzijn, huisartsen, gehandicaptenzorg, ggz, ouderenzorg en algemene ziekenhuizen, revalidatiecentra en academische ziekenhuizen) moet worden opgeschud, omdat deze historisch gegroeide indeling ketensamenwerking en innovatie onmogelijk maakt."
"Financiën decentrale overheden: We geven gemeenten de instrumenten die nodig zijn om uitgaven beheersbaar te maken en zorgen dat taken en middelen voor gemeenten en provincies in balans zijn. We zijn niet voor een groter decentraal belastinggebied, want dat leidt alleen maar tot een lastenstijging voor de inwoners. We geven gemeenten en provincies wel de mogelijkheid om hun problemen op te lossen. We onderzoeken of we op termijn over kunnen gaan op een ingezetenenheffing als alternatief voor bestaande lokale belastingen. De verschillen tussen gemeentelijke (armoede)regelingen zijn nu te groot, daarom harmoniseren we gemeentelijke regelingen. Leges mogen maximaal kostendekkend zijn."