Beschikbaarheid groen gas voor de industrie

De regering moet onderzoeken of de bijmengverplichting voor groen gas de beschikbaarheid voor belangrijke sectoren beperkt. De regel is bedoeld om de productie te verhogen, maar mag de latere inzet in bijvoorbeeld de staal- en keramieksector niet in de weg zitten. Zo blijft groen gas beschikbaar waar het op termijn het meest nodig is.

Motie van de leden Grinwis en Vermeer over bezien of door de bijmengverplichting groen gas minder of later beschikbaar komt voor bepaalde sectoren

De kamer, constaterende dat de bijmengverplichting groen gas aansluit bij de ETS2-sectoren vanwege het belang van opschaling van groengasproductie, maar dat deze afbakening daarmee niet aansluit bij het eindbeeld van de inzet van groen gas, zoals blijkt uit het onderzoek van Guidehouse, namelijk inzet in piekvoorzieningen elektriciteit en warmtenetten en de staal- en keramieksector; overwegende dat moet worden voorkomen dat een instrument dat bedoeld is om de productie van groen gas op te schalen tegelijkertijd de ontwikkeling naar een doelmatige en hoogwaardige inzet van groen gas belemmert; verzoekt de regering bij de evaluatie van de bijmengverplichting expliciet te bezien in hoeverre de bijmengverplichting ertoe leidt dat groen gas minder of later beschikbaar komt voor sectoren waarin de inzet daarvan volgens het langetermijneindbeeld logisch is, en de uitkomsten daarvan te betrekken bij zowel de toekomstige vormgeving en doelgroep van de bijmengverplichting als bij overig klimaat- en energiebeleid.
21 september | CU, BBB | Aangenomen: 128–22 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een integrale afweging bij duurzame energieprojecten, waarbij rekening wordt gehouden met zaken als kosten, baten en de volledige voetafdruk [4]. Daarnaast steunt de partij de opschaling van innovatieve technieken zoals monovergisting [2] en het gebruik van kleinschalige biomassa uit lokale reststromen [3].

Argumenten tegen: De partij wil investeren in de opschaling van alternatieven voor energie [1]. Er bestaat een risico dat een evaluatie van de huidige bijmengverplichting de gewenste opschaling van de groen gasproductie zou kunnen vertragen [1][2].

Bronnen:

  1. "Investering in onderzoek naar en opschaling van alternatieven. Daarbij kijken we onder andere naar (zeer) kleine modulaire kerncentrales (SMRs), decentrale biogasinstallaties, waterstofproductie en restwarmtebenutting en een slimmere koppeling tussen opwek, opslag en verbruik, bij voorkeur dicht bij elkaar geplaatst."
  2. "Investeren in nieuwe industriële technieken. BBB steunt pilot- en opschalingsprojecten voor bijvoorbeeld: * Elektrolyse fabrieken voor groene waterstof, * Circulaire kunstmest op basis van dierlijke mest, * Monovergisting en warmteterugwinning, * CO2-negatief staalproductie via innovatieve smeltprocessen."
  3. "Kleinschalige biomassa toestaan. Kleinschalige biomassa uit lokale reststromen maken we mogelijk, zoals bijvoorbeeld met behulp van een monovergister uit mest, maar zonder grootschalige import of bijstook van houtpellets;"
  4. "Altijd een integrale afweging bij duurzame energieprojecten. Daarbij letten we op de kosten en baten, de volledige broeikasgasvoetafdruk over de levensduur en de Energy Return on Energy Invested (EROEI)."