Beschikbaarheid groen gas voor de industrie

De regering moet onderzoeken of de bijmengverplichting voor groen gas de beschikbaarheid voor belangrijke sectoren beperkt. De regel is bedoeld om de productie te verhogen, maar mag de latere inzet in bijvoorbeeld de staal- en keramieksector niet in de weg zitten. Zo blijft groen gas beschikbaar waar het op termijn het meest nodig is.

Motie van de leden Grinwis en Vermeer over bezien of door de bijmengverplichting groen gas minder of later beschikbaar komt voor bepaalde sectoren

De kamer, constaterende dat de bijmengverplichting groen gas aansluit bij de ETS2-sectoren vanwege het belang van opschaling van groengasproductie, maar dat deze afbakening daarmee niet aansluit bij het eindbeeld van de inzet van groen gas, zoals blijkt uit het onderzoek van Guidehouse, namelijk inzet in piekvoorzieningen elektriciteit en warmtenetten en de staal- en keramieksector; overwegende dat moet worden voorkomen dat een instrument dat bedoeld is om de productie van groen gas op te schalen tegelijkertijd de ontwikkeling naar een doelmatige en hoogwaardige inzet van groen gas belemmert; verzoekt de regering bij de evaluatie van de bijmengverplichting expliciet te bezien in hoeverre de bijmengverplichting ertoe leidt dat groen gas minder of later beschikbaar komt voor sectoren waarin de inzet daarvan volgens het langetermijneindbeeld logisch is, en de uitkomsten daarvan te betrekken bij zowel de toekomstige vormgeving en doelgroep van de bijmengverplichting als bij overig klimaat- en energiebeleid.
21 september | CU, BBB | Aangenomen: 128–22 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij maakt zich zorgen dat een 'one size fits all' benadering bij regelingen voor duurzame energie kan leiden tot het missen van kansen [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen informatie die een argument voor een tegenstemming biedt.

Bronnen:

  1. "De productie van duurzame energie blijft gestimuleerd worden. De ontwikkelingsfases van verschillende technieken lopen echter zo uiteen dat een one size fits all benadering in bijvoorbeeld de Subsidieregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) snel kan leiden tot oversubsidiering of het missen van kansen. Regelingen worden hierop aangepast, bijvoorbeeld door te werken met zogenaamde contracts for difference."