Nationaal systeem voor veiligheid van stoffen

De regering moet samen met het Ctgb, het RIVM en waterbeheerders een nationaal systeem opzetten voor nieuwe wetenschappelijke kennis. Dit systeem bundelt jaarlijks gegevens om de veiligheid van mens, dier en milieu te waarborgen. De goedkeuring van stoffen duurt nu tot 25 jaar en het Europese systeem schiet tekort.

Motie van het lid Podt over een nationaal signaleringssysteem inrichten dat jaarlijks nieuwe wetenschappelijke kennis en monitoringsdata over werkzame stoffen bundelt

De kamer, constaterende dat de Omnibus de goedkeuringstermijnen van werkzame stoffen verlengt tot maximaal 25 jaar; constaterende dat het Europese signaleringssysteem geen vaste frequentie kent en dat het voor biociden ontbreekt; overwegende dat het Ctgb nieuwe kennis hierdoor vaker zelf in middelbeoordelingen moet meenemen en dat Nederlandse monitoringsdata van waterbeheerders en drinkwaterbedrijven daarvoor onmisbaar zijn; overwegende dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu hetzelfde moet blijven maar aspecten als de verlengde goedkeuringstermijn daar wel een risico op vormen; verzoekt de regering om met het Ctgb, het RIVM, waterbeheerders en drinkwaterbedrijven een nationaal signaleringssysteem in te richten dat jaarlijks nieuwe wetenschappelijke kennis en monitoringsdata over werkzame stoffen bundelt, deze benut bij toelating en herbeoordeling en signalen actief bij de Europese Commissie inbrengt als verzoek herbeoordeling.
22 september | D66 | Aangenomen: 127–21 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een verbeterde informatievoorziening zodat de volksvertegenwoordiging meer sturing kan geven aan Europese wetgeving [1]. Daarnaast is een herijking van Europese normen gewenst zodat deze beter aansluiten bij de ruimtelijke realiteit [4], en zo oplossingen gevonden kunnen worden die werken voor de boer, het dier en de natuur [3].

Argumenten tegen: De partij wil minder last hebben van ''moderne eisen' en 'vage rekenmodellen' [14927, 14931]. Een nieuw monitoringsysteem kan worden gezien als een extra bron van regeldruk of als een middel dat kan leiden tot strengere eisen, terwijl de partij juist streeft naar maatwerk en het voorkomen van juridische blokkades [2].

Bronnen:

  1. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
  2. "JA21 wil af van de kritische depositiewaarde (KDW), die wettelijk voorschrijft hoeveel stikstof een natuurge -bied aankan zonder dat de natuur er verslechtert. Op deze manier kan er meer ruimte gevonden worden voor maatwerk, zal er minder kans zijn op juridische blok -kades en bovenal zal dit ons minder afhankelijk maken van gebrekkige modellen. Tezamen met de invoering van de rekenkundige ondergrens van 1 mol aan het ein -de van dit jaar, kan in potentie een groot aantal van de Programma Aanpak Stikstof (PAS) melders gehol -pen worden. JA21 onderschrijft daarnaast de noodzaak dat alle sectoren een evenwichtige bijdrage leveren."
  3. "> Landbouw en visserij horen bij Nederland. Ze zijn een onlosmakelijk onderdeel van onze economie en van onze cultuur. De sectoren staan onder druk door moderne eisen, vage rekenmodellen en Brusselse bemoeizucht. JA21 kiest niet voor stilstand maar voor oplossingen die werken voor de boer en de visser, voor het dier en de natuur, en daarmee voor de Nederlandse samenleving als geheel."
  4. "Een herijking van de KRW-normen op EU-niveau, zodat deze beter aansluiten bij de ruimtelijke realiteit van dichtbevolkte lidstaten als Nederland."