De regering moet samen met andere Europese landen een blokkerende minderheid vormen om de regels voor voedselveiligheid (Food and Feed Safety Omnibus) te verbeteren. De huidige plannen brengen namelijk grote gezondheidsrisico's met zich mee, zoals een grotere kans op kanker, de ziekte van Parkinson of verminderde vruchtbaarheid.
Motie van het lid Kostić over een blocking minority vormen met andere lidstaten zodat de regels verbeterd kunnen worden
De kamer,
constaterende dat 573 wetenschappers en artsen uit de EU vragen de
behandeling van de Food and Feed Safety Omnibus te pauzeren en eerst
met een impactassessment te komen;
constaterende dat de vakbond, waterbedrijven, waterschapsbestuurders,
de Europese Ombudsvrouw en de SER hun zorgen hebben geuit;
overwegende dat versoepeling grote risico’s met zich meebrengt voor
werknemers, omwonenden en hun kinderen, bijvoorbeeld op verminderde vruchtbaarheid, vormen van kanker en de ziekte van Parkinson;
overwegende dat het compromisvoorstel dat in de volgende Corepermeeting voorligt waarschijnlijk een verslechtering betekent voor de
bescherming van mens, dier en milieu;
verzoekt de regering een blocking minority te vormen met andere
lidstaten zodat de regels verbeterd kunnen worden.
Argumenten voor: De partij hanteert een strikt voorzorgsprincipe bij nieuwe stoffen om te voorkomen dat schadelijke gevolgen pas decennia later zichtbaar worden, zoals bij PFAS [1]. De partij wil dat de overheid de sociale grondrechten op het gebied van volksgezondheid en milieu garandeert door zelf normen te stellen en deze te handhaven, waarbij minder wordt uitgegaan van zelfregulering [2]. Daarnaast wordt een 'ethiek van voorzichtigheid' aangehaald bij medische en technologische ontwikkelingen, waarbij bij twijfel niet direct moet worden ingehaald [4]. Tevens moet de toelating van gewasbeschermingsmiddelen in lijn worden gebracht met de kwaliteitsnormen voor de volksgezondheid [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het hanteren van het voorzorgsprincipe of het strenger reguleren van schadelijke stoffen te stemmen.
Bronnen:
"Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
"De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
"Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."
"Bij medische technologische ontwikkelingen hanteren we een 'ethiek van voorzichtigheid': bij twijfel niet inhalen. Besluiten over ingrijpende technieken horen thuis in het volle licht van de maatschappelijke dialoog, niet alleen in de beslotenheid van laboratoria of wetenschappelijke congressen."