Blokkeren versoepeling voedselregels

De regering moet samen met andere Europese landen een blokkerende minderheid vormen om de regels voor voedselveiligheid (Food and Feed Safety Omnibus) te verbeteren. De huidige plannen brengen namelijk grote gezondheidsrisico's met zich mee, zoals een grotere kans op kanker, de ziekte van Parkinson of verminderde vruchtbaarheid.

Motie van het lid Kostić over een blocking minority vormen met andere lidstaten zodat de regels verbeterd kunnen worden

De kamer, constaterende dat 573 wetenschappers en artsen uit de EU vragen de behandeling van de Food and Feed Safety Omnibus te pauzeren en eerst met een impactassessment te komen; constaterende dat de vakbond, waterbedrijven, waterschapsbestuurders, de Europese Ombudsvrouw en de SER hun zorgen hebben geuit; overwegende dat versoepeling grote risico’s met zich meebrengt voor werknemers, omwonenden en hun kinderen, bijvoorbeeld op verminderde vruchtbaarheid, vormen van kanker en de ziekte van Parkinson; overwegende dat het compromisvoorstel dat in de volgende Corepermeeting voorligt waarschijnlijk een verslechtering betekent voor de bescherming van mens, dier en milieu; verzoekt de regering een blocking minority te vormen met andere lidstaten zodat de regels verbeterd kunnen worden.
22 september | PvdD | Verworpen: 27–121 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij streeft naar efficiëntere en betere wetgeving [1] en wil dat regelgeving werkbaar blijft door middel van monitoring en impactassessments [3]. Het verzoek voor een impactassessment om te voorkomen dat regels verslechteren, sluit aan bij de wens voor goed doordachte wetgeving in plaats van het stapelen van regels [1].

Argumenten tegen: De partij stemt tegen moties die volgens hen geen overduidelijke meerwaarde hebben of die enkel dienen om 'ophef' te creëren [2].

Bronnen:

  1. "Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
  2. "Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."
  3. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."