De regering moet een plan maken voor een tijdelijke vergoeding van digitale zorg-apps uit het basispakket. Nu hebben jonge bedrijven in de Zorgverzekeringswet (Zvw) bijna geen mogelijkheid om aan te tonen dat hun apps werken. In Duitsland krijgt men tijdelijk wel vergoeding voor apps, waardoor bedrijven de kans krijgen om bewijs te verzamelen voor de toekomst.
Motie van het lid Claassen over een voorstel voor een tijdelijke voorwaardelijke toelating van CE-gecertificeerde digitale zorgtoepassingen tot het basispakket
De kamer,
constaterende dat onderzoek in opdracht van de AZWA/IZA-werkgroep
Digitale en Hybride Zorg aanbeveelt op korte termijn een voorlopige
vergoeding van digitale gezondheidstoepassingen te realiseren als opstap
naar structurele vergoeding;
constaterende dat de doorbraakmiddelen alleen bestaande bewezen
toepassingen opschalen en de NZa voor een gezondheidsapp los van een
behandelrelatie geen zorgprestatie kan vaststellen;
overwegende dat jonge bedrijven daardoor binnen de Zvw nauwelijks een
route hebben om bewijs op te bouwen, terwijl Duitsland apps tijdelijk
vergoedt en na een mislukte proefperiode weer schrapt;
verzoekt de regering een voorstel uit te werken voor een tijdelijke
voorwaardelijke toelating van CE-gecertificeerde digitale zorgtoepassingen tot het basispakket, en de Kamer hierover vóór de Voorjaarsnota
2027 te informeren.
Argumenten voor: De partij wil dat de bekostiging in de zorgwetten wordt aangepast aan slimme technologie die bewezen goed werkt [1]. Daarnaast vindt de partij het belangrijk om te investeren in innovatie en productiviteit door het samenspel tussen wetenschap, kennisinstituten en bedrijven te verbeteren [4]. Ook de toegang voor start-ups en scale-ups tot kapitaal moet worden verbeterd [4].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat digitalisering risico's met zich meebringt die regulering vereisen [3] en dat de focus in de zorg moet liggen op het verstrekken van passende zorg [2].
Bronnen:
"Slimme technologie die bewezen goed werkt in een zorginstelling of thuissituatie, wordt onderdeel van het dagelijkse leven en de zorgverlening. De bekostiging in de zorgwetten wordt hierop aangepast."
"Personeelstekorten, stijgende zorgkosten en vergrijzing dwingen om na te denken over wat passende zorg is en wat niet. Professionele zorg kan niet alles oplossen. Bovendien staat van te veel medische behandelingen niet vast of ze effectief zijn en voor wie. Daarnaast vergroot en/of verlengt overbehandeling het lijden van de patiënt. Kosten-effectiviteitsstudies die bepalend zijn voor de keuzes voor het zorgverzekeringspakket nemen daarom ook een betekenisvol leven als uitgangspunt. Het Zorginstituut krijgt meer instrumenten om dit te sturen zodat alleen passende zorg in het zorgverzekeringspakket zit. De arts bepaalt samen met de patiënt of behandelen echt nodig is voor goede zorg. Richtlijnen in de zorg zijn niet alleen gericht op 'doen', maar ook op 'laten'."
"Digitalisering biedt veel kansen maar kent ook risico's. De overheid moet grenzen stellen waar het gaat om de inzet van technieken en de regulering van ons digitale maatschappelijke verkeer, bijvoorbeeld bij het gebruik van kunstmatige intelligentie en algoritmes. De overheid zelf maakt een gedegen afweging of voor machine learning algoritmes of alternatieven gekozen wordt. Het algoritmeregister wordt uitgebreid en verplicht gesteld, zodat transparant is hoe algoritmes worden ingezet. Ons recht op privacy en onze vrije en ongefilterde toegang tot gegevens kunnen in het gedrang komen als we niet meer grip krijgen op grote techbedrijven die grote hoeveelheden data over ons verzamelen en steeds meer bepalen welke informatie wij zien. Social media bedrijven worden verplicht om minder 'polariserende algoritmes' in te zetten, bijvoorbeeld door gebruikers keuze vrijheid te geven over hoe aanbevelingen tot stand komen."
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."