De regering moet op scholen in Caribisch Nederland gezonde voeding aanbieden. Dit betekent fruit voor elke leerling, gezonde maaltijden en voldoende water. Gebruik daarbij vooral lokale producten. Gezonde voeding is nu vaak te duur of lastig te krijgen door import. Een gezonde leefstijl helpt kinderen om betere schoolprestaties te maken.
Motie van het lid Tijmstra c.s. over het aanbod van gezonde voeding op scholen in Caribisch Nederland uitbreiden
De kamer,
constaterende dat leefstijlgerelateerde chronische aandoeningen in
Caribisch Nederland vaker voorkomen dan in Europees Nederland en dat
een gezonde schooldag, met een maaltijd, voldoende groente en fruit,
water drinken en voldoende bewegen, bijdraagt aan betere schoolprestaties, kansengelijkheid en een gezonde levensstijl;
overwegende dat gezonde voeding op de eilanden vaak duur en niet altijd
beschikbaar is, mede doordat voedsel grotendeels moet worden
geïmporteerd en slechts beperkt wordt aangevoerd;
overwegende dat op Bonaire met het Bon Salú-programma positieve
ervaringen zijn opgedaan en dat scholen en de GGD aangeven dat
structurele financiering en uitbreiding van deze aanpak kansen biedt om
gezonde voeding, gezondheidseducatie en bewegen met elkaar te
verbinden;
verzoekt de regering het aanbod van gezonde voeding op scholen in
Caribisch Nederland uit te breiden met schoolfruit voor iedere leerling,
structurele schoolmaaltijden en het drinken van water, en daarbij te
bevorderen dat lokaal geproduceerde producten zoals groenten en fruit
worden benut.
Argumenten voor: De partij streeft naar meer aandacht voor gezonde voeding en beweging in scholen en buurten om een gezonde leefstijl van jonge af aan te bevorderen [1]. Het stimuleren van een gezonde leefstijl helpt om ziekten te voorkomen en de druk op de zorg te verlichten [2]. Daarnaast wordt gezonde voeding en beweging als onderdeel van structurele aandacht in scholen genoemd [3]. Verder wil de partij investeren in robuuste voedelsystemen en streeft zij naar een zo hoog mogelijke voedselonafhankelijkheid [4].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het aanbieden van gezonde voeding op scholen of het stimuleren van lokale voedselproductie.
Bronnen:
"Sport en gezonde voeding. Een gezonde leefstijl begint jong en lokaal. Meer aandacht is daarom nodig voor beweging en gezond eten in scholen en buurten."
"Gezonde leefstijl. BBB wil blijvend aandacht houden voor gezonde leefstijlbevordering. Zo voor - kom je ziekten, verbeter je je gezondheid en verlicht je de druk op de zorg. Gezonde voeding en voldoende beweging. Lokale samenwerking stimuleren voor gezonde leefstijlbevordering is daarbij essentieel. Bij de aanpak van verslavingsproblematiek kiest BBB bovendien voor een evenwichtig beleid dat gebaseerd is op wetenschappelijk onderbouwde methoden van risicopreventie en schadebeperking."
"Gezond leven begint met voorkomen in plaats van genezen. Een goede gezondheid ontstaat in zorgzame buurten die sociale verbondenheid bevorderen. De buurt als ecosysteem om zorg te voorkómen. BBB wil structurele aandacht voor gezonde voeding, bewegen en mentale ondersteuning op school, in de buurt en bij sportclubs. Lokale samenwerking tussen gemeenten, scholen en verenigingen helpt mensen in beweging te krijgen. Ook op mentale gezondheid is veel winst te boeken: als 5 procent van één miljoen volwassenen zich beter voelt, scheelt dat 144 miljoen euro per jaar. Sport werkt preventief, verbindt en is een gezond alternatief voor de negatieve invloed van social media. BBB wil dat sport weer een vast onderdeel van het dagelijks leven wordt. Niet alle problemen zijn via de zorg op te lossen; het versterken van het dagelijks leven van gezinnen vermindert de druk op Jeugdzorg."
"We investeren in robuuste, toekomstbestendige voedselsystemen, zodat Nederland altijd goed, voldoende en betaalbaar voedsel heeft, ook bij blokkades, conflicten of internationale schaarste. Dat betekent: bescherming van onze boeren, behoud van vruchtbare landbouwgrond en versterking van de productiecapaciteit. We bouwen op termijn alle afhankelijkheden van Rusland, China en gelieerde landen in de voedselketen volledig af. Uiteindelijk streven we naar een zo hoog mogelijke voedselonafhankelijkheid. Dat betekent dat we handel blijven aanmoedigen maar we zorgen dat we in Nederland voldoende voedsel produceren om honger te voorkomen als handel stilvalt."