Tijdpad voor de sport- en beweegwet

De regering moet begin 2027 een concreet tijdpad laten zien voor de sport- en beweegwet. Hierin moet staan wanneer het wetsvoorstel precies wordt ingediend. De huidige plannen voor deze wet zijn nu namelijk te onduidelijk en missen concrete afspraken.

Motie van de leden Mohandis en Inge van Dijk over begin 2027 met een concreet tijdpad voor een sport- en beweegwet komen

De kamer, constaterende dat er vanuit de Kamer, de Minister en het veld al jaren een wens ligt om tot een sport- en beweegwet te komen; overwegende dat de Minister heeft toegezegd met een stand-vanzakenbrief te komen, maar dit alles nog erg vrijblijvend is; verzoekt de regering begin 2027 bij de stand-van-zakenbrief met een concreet tijdpad te komen voor een sport- en beweegwet, inclusief het moment waarop het wetsvoorstel wordt ingediend.
24 september | PRO, CDA | Aangenomen: 135–15 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat sport de fysieke en geestelijke gezondheid bevordert en erkent de sociale en maatschappelijke functie van sportverenigingen [1]. Daarnaast wordt de nadruk gelegd op het creëren van ruimte voor sportvoorzieningen voor jongeren [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het vaststellen van een tijdpad voor een sport- en beweegwet.

Bronnen:

  1. "Sporten bevordert onze fysieke en geestelijke gezondheid. Sportverenigingen hebben ook een sociale en maatschappelijke functie. In elke wijk wordt daarom ruimte gemaakt voor buurtsportcoaches en sportvoorzieningen voor jongeren, zoals openbare voetbal- en basketbalveldjes en skateparken. Er wordt hierbij afgestemd op de behoeften van jongeren. Op jongerencentra wordt niet langer bezuinigd."