De regering moet de gevolgen voor de landbouw en het platteland meewegen in het stikstofbeleid. De legalisatie van PAS-melders (boeren die wachten op een vergunning) moet voorrang krijgen op het verplaatsen van stikstofruimte naar andere sectoren. De landbouw is namelijk belangrijk voor de economie met 600.000 banen.
Motie van het lid Van der Plas over de maatschappelijke en sociaal-economische gevolgen voor de landbouw en het platteland expliciet meewegen bij de uitwerking van het stikstofbeleid
De kamer,
constaterende dat het kabinet bij Schiphol via de Balanced Approach
zoekt naar een balans tussen het belang van de luchthaven en de
gevolgen voor de leefomgeving;
overwegende dat ook de landbouw met 600.000 banen direct en indirect
van economische en maatschappelijke waarde is voor Nederland;
overwegende dat PAS-melders nog altijd te maken hebben met
onzekerheid over hun vergunning;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het stikstofbeleid de
maatschappelijke en sociaaleconomische gevolgen voor de landbouw en
het platteland expliciet mee te wegen, waarbij de legalisatie van
PAS-melders prioriteit krijgt boven externe saldering van agrarische
stikstofruimte naar niet-agrarische sectoren.
Argumenten voor: Het programma biedt geen argumenten om de sociaaleconomische belangen van de landbouw of de juridische positie van PAS-melders voorrang te geven op andere sectoren; de nadruk ligt juist op een transitie naar biologische en plantaardige landbouw [7][1].
Argumenten tegen: De partij stelt dat alle sectoren hun stikstofuitstoot verplicht moeten verminderen [2][3]. Bovendien krijgt de gezondheid van mensen, dieren en natuur volgens het programma voorrang op de economische belangen van de landbouwsector [7]. Daarnaast wordt een krimp van de veehouderij gezien als noodzakelijk om de stikstofcrisis op te lossen [3][6] en ruimte te creëren voor natuur en woningbouw [5][4].
Bronnen:
"De landbouw kan van probleem tot oplossing worden voor het klimaat. Door werk te maken van bosaanplant, voedselbossen, agrobosbouw en het vergroten van koolstofopslag in de bodem via biologische landbouw, verandert onze landbouw van een grote bron van broeikasgassen in een unieke nettokoolstofput. Wetenschappelijke inzichten, zoals vastgesteld door de EAT-Lancet-studie, tonen aan dat we hiermee niet alleen de uitstoot drastisch kunnen terugdringen, maar zelfs netto broeikasgassen uit de lucht kunnen halen. Door deze koerswijziging kunnen we de totale uitstoot van broeikasgassen met wel een kwart verlagen: van een landbouw die nu per saldo 17 procent bijdraagt aan de uitstoot, naar een sector die juist rond de 10 procent netto opneemt. Zo leveren we een essentiële bijdrage aan de klimaatdoelen en maken we van landbouw een motor voor ecologisch herstel en gezonde voeding. Wanneer we de juiste weg inslaan, kunnen we iedereen toegang geven tot gezond, diervriendelijk en betaalbaar voedsel. Omdat we veel minder veevoer hoeven te verbouwen, komt er enorm veel landbouwgrond vrij: bijna de helft van Nederland. Die grond kunnen we deels teruggeven aan de natuur, gebruiken om voedsel op te verbouwen voor mensen én om de woningen te bouwen die we zo hard nodig hebben. Door het aantal dieren fors in te krimpen en met maatregelen voor de industrie, de luchtvaart en het verkeer, lossen we de stikstofcrisis wél op. We kunnen het tij van de biodiversiteitscrisis en de klimaatcrisis keren, én ervoor zorgen dat boerenvakmanschap, kwaliteit en de menselijke maat weer de norm worden in de landbouw."
"De natuur moet worden hersteld. Het vertrouwen dat de overheid rechtvaardig beleid maakt ook. Daarom is het noodzakelijk dat alle sectoren die stikstof uitstoten hun uitstoot verplicht verminderen, niet alleen de veehouderij. De maximumsnelheid moet naar beneden, de luchtvaart moet krimpen, biomassacentrales moeten dicht en de uitstoot van de industrie moet drastisch worden teruggedrongen."
"De situatie vraagt dringend om maatregelen. Een forse krimp van het aantal dieren in de veehouderij is noodzakelijk. Maar ook andere sectoren zullen hun stikstofuitstoot fors moeten verminderen. Zo komt er een verbod op energie-opwek door het verbranden van dierlijke en houtige biomassa, worden de meest vervuilende onderdelen van Tata Steel gesloten, krimpt de Nederlandse luchtvaart, gaat Lelystad Airport niet open, stoppen we met het verbranden van buitenlands afval en gaat ook het verkeer een veel grotere bijdrage leveren."
"Bio-based bouwen, het gebruik van landbouwgewassen om duurzamer te bouwen, heeft de toekomst. Wanneer het aantal dieren in de veehouderij krimpt, komt er landbouwgrond vrij voor onder meer natuur, maar ook voor bio-based productie, zoals de teelt van vlas, hennep, stro, lisdodde, olifantsgras en hout (productiebossen). We stellen daarbij als voorwaarde dat bio-based productie niet tot natuurdegradatie leidt. In Friesland werken boeren, bouwers en woningcorporaties al samen aan bio-based huizen."
"Ieder mens heeft recht op een dak boven het hoofd. Het is niet voor niets een grondrecht. Maar voor veel mensen in Nederland is dat moeilijk of zelfs onmogelijk. Door rampzalige politieke keuzes zijn er te weinig huizen, zijn woningcorporaties uitgekleed en hebben private investeerders ruim baan. Dat is nergens voor nodig. Er is ruimte genoeg, alleen wordt de helft van Nederland bezet door de veehouderij. Door de schadelijke stikstofverbindingen die deze sector uitstoot, kan er amper nog gebouwd worden. Als we veehouders helpen overstappen naar plantaardige landbouw, winnen we op alle fronten. Minder dierenleed, meer gezonde natuur en meer ruimte voor nieuwe, duurzame woningen."
"De veehouderij is de motor achter de stikstofcrisis en is verantwoordelijk voor 17 procent van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland. De klimaatdoelen van Parijs zijn dan ook niet te halen zonder krimp van de veehouderij en een plantaardiger voedselpatroon. Landbouwgif richt enorme schade aan. Burgers moeten naar de rechter stappen om hun eigen kinderen te beschermen tegen het gif, omdat de overheid daarin verzaakt. Mensen op het platteland zijn in hun eigen tuin en huis niet eens veilig voor landbouwgif, wat een ernstige beperking vormt van hun vrijheid. Restanten van gif zijn terug te vinden in ons voedsel. Steeds duidelijker is dat landbouwgif wordt gerelateerd aan ziekten, zoals Parkinson."
"Gezond en betaalbaar voedsel is een basisbehoefte. Samen eten verbindt, bij de maaltijd leren we elkaar beter kennen. Gezond voedsel is allesbepalend voor ons lichamelijk en geestelijk welzijn. Maar de huidige manier van voedsel produceren en consumeren draagt sterk bij aan de ecologische, sociale en gezondheidscrises van deze tijd. Dat vraagt om fundamentele keuzes. Ons huidige landbouwmodel moet zo snel mogelijk op de schop. Een transitie naar biologisch plantaardig voedsel biedt enorme kansen op alle fronten. Alles wat leeft heeft daar baat bij, ook de boeren. En het kan. Er zijn inmiddels veel initiatieven om anders te boeren: een landbouw die samenwerkt mét de natuur en niet tégen de natuur. Een gifvrije landbouw. De gezondheid van mensen, dieren en natuur gaat vóór de economische belangen van de landbouwsector."