De regering moet de gevolgen voor de landbouw en het platteland meewegen in het stikstofbeleid. De legalisatie van PAS-melders (boeren die wachten op een vergunning) moet voorrang krijgen op het verplaatsen van stikstofruimte naar andere sectoren. De landbouw is namelijk belangrijk voor de economie met 600.000 banen.
Motie van het lid Van der Plas over de maatschappelijke en sociaal-economische gevolgen voor de landbouw en het platteland expliciet meewegen bij de uitwerking van het stikstofbeleid
De kamer,
constaterende dat het kabinet bij Schiphol via de Balanced Approach
zoekt naar een balans tussen het belang van de luchthaven en de
gevolgen voor de leefomgeving;
overwegende dat ook de landbouw met 600.000 banen direct en indirect
van economische en maatschappelijke waarde is voor Nederland;
overwegende dat PAS-melders nog altijd te maken hebben met
onzekerheid over hun vergunning;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het stikstofbeleid de
maatschappelijke en sociaaleconomische gevolgen voor de landbouw en
het platteland expliciet mee te wegen, waarbij de legalisatie van
PAS-melders prioriteit krijgt boven externe saldering van agrarische
stikstofruimte naar niet-agrarische sectoren.
Argumenten voor: De partij wil dat ondernemers en boeren de broodnodige ruimte en duidelijkheid krijgen om economische schade te voorkomen [1]. Er wordt specifisch benoemd dat PAS-melders gelegaliseerd moeten worden, bijvoorbeeld met een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens, om de wet- en regelgeving werkbaar te maken [2]. Daarnaast wil de partij dat stikstofproblematiek de economische groei en de bouw niet langer belemmert [5].
Argumenten tegen: De partij streeft naar een concrete, generieke stikstofreductie van 50% in 2035 door middel van sectorgebonden emissieplafonds [3]. Daarnaast wordt aangegeven dat vervuiling en emissies waar nodig verminderd moeten worden [4].
Bronnen:
"Nederland zit bovendien op een stikstofslot. Ondernemers snakken naar ruimte en duidelijkheid. Boeren zitten al te lang in onzekerheid. Recent onderzoek toont aan dat de stikstofproblematiek tot tientallen miljarden euro's aan economische schade leidt. We moeten daarom op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt en dat boeren in nog meer onzekerheid komen. Keuzes die leiden tot forse vermindering van de stikstofuitstoot en het werkbaar maken van de complexe wet- en regelgeving zijn noodzakelijk, zodat Nederland van het slot gaat. Alleen dan krijgen onze ondernemers de broodnodige ruimte om te groeien."
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariƫrs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
"De Nederlandse economie wordt momenteel enorm belemmerd door stikstofproblematiek, netcongestie en stroperige vergunningverlening. Het zet onze economie op slot. Daardoor staan de economische groei en verduurzaming onder druk, kunnen huizen niet worden gebouwd en wegen niet worden aangelegd. We moeten dus doen wat nodig is om dit vlot te trekken."