Duidelijkere leerdoelen in het onderwijs

De regering moet bij de herziening van de kerndoelen de mogelijkheid creëren voor meer concrete en meetbare minimumdoelen. De huidige kerndoelen (de belangrijkste leerdoelen) zijn te vaag. Hierdoor weten leraren niet precies wat leerlingen minimaal moeten kunnen. Duidelijke doelen geven leraren en schoolleiders meer zekerheid over de kennis van leerlingen.

Motie van het lid Rooderkerk c.s. over bij de herziening van de referentiekaders de mogelijkheid uitwerken voor meer inhoudelijk concrete en meetbare minimumdoelen

De kamer, constaterende dat het Nederlandse onderwijs werkt met kerndoelen, die richting geven aan wat leerlingen gedurende hun schoolloopbaan moeten leren; constaterende dat de huidige kerndoelen ruimte laten voor verschillende interpretaties van het minimaal te bereiken kennis- en vaardigheidsniveau; constaterende dat in Vlaanderen wordt gewerkt met minimumdoelen die een behapbaar aantal inhoudelijke, concrete en meetbare doelen formuleren waarop het curriculum kan worden geënt; constaterende dat ook in Engeland wordt gewerkt met een landelijk curriculum waarin concreet is vastgelegd welke kennis en vaardigheden leerlingen zich per onderwijsfase eigen moeten maken met het oog op betere geletterdheid en gecijferdheid van de bevolking; constaterende dat daarmee voor leraren en schoolleiders duidelijker wordt wat leerlingen op verschillende momenten in hun basisschoolloopbaan minimaal moeten kennen en kunnen; verzoekt de regering bij de voorgenomen herziening van de referentiekaders de mogelijkheid uit te werken voor meer inhoudelijk concrete en meetbare minimumdoelen, als concretisering van de wettelijke kerndoelen, waarbij de Vlaamse systematiek als voorbeeld kan dienen.
30 september | D66, CDA, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de trend van slechter presterende kinderen op het gebied van rekenen en schrijven moet worden gekeerd [1] en ziet basisvaardigheden als essentieel voor de ontwikkeling van kinderen [4].

Argumenten tegen: De partij is kritisch over de toenemende controle en de politieke eisen die aan scholen worden gesteld [5]. Er wordt benadrukt dat scholen geen 'leerfabrieken' zijn [4], dat de overheid vooral randvoorwaarden moet stellen [1] en dat er behoefte is aan professionele ruimte voor de onderwijsprofessional met minder bureaucratie [3][2].

Bronnen:

  1. "Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
  2. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  3. "Nederland heeft breed opgeleide vakbekwame leraren en schoolleiders nodig. Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte. Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Goede mogelijkheden voor zijinstromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau."
  4. "Goed onderwijs vormt voor iedereen de basis om zijn of haar weg te vinden in de wereld. Dat begint bij een stevig fundament: lezen, schrijven en rekenen vormen samen met burgerschap en digitale geletterdheid de basis waarop kinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en betrokken volwassenen. Deze vaardigheden zijn essentieel om volwaardig mee te kunnen doen in een steeds veranderende samenleving. Maar tegelijkertijd: scholen zijn geen leerfabrieken. Onderwijs is meer dan leren lezen en schrijven. Onderwijs helpt leerlingen vormen als persoon, hun talenten ontwikkelen en hun plek in de samenleving te vinden."
  5. "Het onderwijs staat onder druk door lerarentekorten en doordat de politiek te veel van haar eigen wensen en eisen bij de scholen neerlegt. Scholen en hoger onderwijsinstellingen ervaren te veel controle, waar juist vertrouwen gevraagd wordt. Het is van belang dat scholen rust en ruimte krijgen om hun werk te doen. Daar wordt onderwijs beter van."