De regering moet de kosten van niets doen bij klimaatbeleid regelmatig in kaart brengen. Extreme hitte en droogte veroorzaken nu al schade aan de binnenvaart en de landbouw. Zonder actie worden de kosten voor toekomstige generaties te hoog.
Motie van de leden Oosterhuis en Stultiens over de kosten van niets doen aan klimaatverandering inzichtelijk maken en expliciet meewegen bij besluitvorming
De kamer,
constaterende dat alle hitte- en droogterecords in Nederland dit jaar zijn
verbroken;
constaterende dat door de droogte de Rijn het laagste niveau ooit heeft
bereikt, waardoor de binnenvaart wordt belemmerd;
constaterende dat de droogte heeft geleid tot verzilting waardoor boeren
worden geraakt;
overwegende dat het uitblijven van klimaatbeleid zorgt voor hogere
kosten die terechtkomen bij toekomstige generaties;
overwegende dat tijdens besluitvormingsmomenten de baten van
klimaatbeleid noch de kosten van niets doen voldoende in kaart worden
gebracht;
overwegende dat het CPB in zijn werkplan 2026 een project heeft
aangekondigd waarin de langetermijndoorwerking van klimaatverandering en klimaatbeleid op de overheidsfinanciën in kaart wordt gebracht;
verzoekt de regering om met het CPB en het PBL in gesprek te gaan over
de mogelijkheden om de kosten van niets doen periodiek inzichtelijk te
maken ter voorbereiding van de klimaatbesluitvorming in het voorjaar;
verzoekt de regering, zodra de planbureaus de benodigde ramingen
gereed hebben, om de kosten van niets doen inzichtelijk te maken en dit
expliciet mee te wegen tijdens de besluitvormingsmomenten.
Argumenten voor: De partij benadrukt dat wetenschappelijke inzichten noodzakelijk zijn om te bepalen welke aanpassingen nodig zijn om Nederland klimaatbestendig te maken [1]. Daarnaast wijst de partij op de ernstige gevolgen van de klimaat- en natuurcrisis, zoals extreme weersomstandigheden en grote economische schade [4][5]. De partij vindt dat er nu actie nodig is en wil weg van de huidige koers van vertraging en ontkenning [3][2].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Om te kunnen toetsen of de klimaatplannen passen bij het 1,5 graad doel en wat er nodig is om Nederland klimaatbestendig te maken, maakt het Rijk extra geld vrij voor de klimaatwetenschap, inclusief het KNMI, om klimaatmodellen vaker te kunnen actualiseren. Zonder dit inzicht weten we niet hoeveel harder klimaatverandering gaat, hoe sneller we welke weersextremen en zeespiegelstijging kunnen verwachten en dus welke snelheid en extra aanpassingen en oplossingen nú noodzakelijk zijn."
"De politieke keuzes van de afgelopen jaren hebben veel kapot gemaakt. In plaats van een koerswijziging zette het kabinet de afgelopen jaren in op vertraging en ontkenning. Rechterlijke uitspraken over klimaatdoelen werden genegeerd, vreedzame klimaatdemonstranten zwartgemaakt en klimaatontkenners zaten aan de onderhandelingstafel. Er kwamen anti-klimaatplannen, zoals de herinvoering van fossiele subsidies en het loslaten van klimaatdoelen. Duurzame energieprojecten werden afgeremd, terwijl energieslurpende datacenters voorrang kregen op het volle elektriciteitsnet, zelfs boven scholen en huishoudens. Veel mensen zitten vast in niet-geïsoleerde en beschimmelde woningen, met hogere energie- en zorgkosten als gevolg."
"Zonder radicale koerswijziging zal de wereldwijde temperatuur fors blijven oplopen en stevenen we af op een wereld die voor steeds meer mensen en dieren onveilig en onleefbaar wordt. Met ruim over de twee graden is Europa het snelst opwarmende bewoonde continent dat bovendien al binnen enkele decennia te maken kan krijgen met een stilstand van de zeestromen (AMOC collaps) wat dan kan leiden tot enorme temperatuurverschillen en extra zeespiegelstijging. Het zijn niet natuurwetten die de oorzaak zijn van de klimaat- en natuurcrises, maar politieke keuzes. Daarom is nú actie nodig."
"We kunnen er niet omheen. De klimaat- en natuurcrises voltrekken zich voor onze ogen. Overstromingen, bosbranden en zware stormen eisen hun tol, ook in Nederland. Veel te hete zomers, langdurige droogte en stortregens zijn het nieuwe normaal. Regenwoud verdwijnt en de oceanen warmen snel op. Planten- en diersoorten sterven in razend tempo uit. In Nederland is nog maar 15% over van de oorspronkelijke biodiversiteit, met grote gevolgen voor mens en dier."
"Door dit alles is de vee-industrie een enorme kostenpost: de veehouderij veroorzaakt in Nederland ten minste 8,5 miljard euro schade per jaar. Dit is de grootste schade door milieuvervuiling van alle economische deelsectoren in Nederland. Tegelijkertijd houdt deze sector belangrijke maatschappelijke opgaven tegen, zoals natuurherstel, woningbouw, volksgezondheid, vergunningverlening, dierenwelzijn en waterkwaliteit."