Aanpassing fiscale reserve dier en klimaat

De regering moet de fiscale reserve voor dier en klimaat versnellen en tijdelijk maken tot 2035. Dit geeft de agrarische sector een groter budget. Door de reserve al vanaf 2025 te gebruiken, komt er extra geld vrij voor de overheid. De regering moet de kennis uit de sector gebruiken bij de uitvoering.

Motie van het lid Flach over bezien hoe de invoeringstermijn van de fiscale reserve landbouw kan worden versneld

De kamer, constaterende dat het kabinet een fiscale reserve voor dier en klimaat wil invoeren, waarmee ook investeringen in reductie van de stikstofuitstoot kunnen worden gedaan; constaterende dat deze reserve een budgettair belang heeft van 50 miljoen euro vanaf 2030 en 25 miljoen euro structureel; van mening dat de agrarische sector meer baat heeft bij een tijdelijke reserve tot en met 2035, met een ruimer budget en met terugwerkende kracht vanaf 2025, waardoor structureel ook een budgettaire opbrengst ontstaat; verzoekt de regering in de uitwerking van de fiscale reserve te bezien hoe de invoeringstermijn kan worden versneld, hoe dit kan worden gedekt door de reserve tijdelijk in plaats van structureel te maken, waarbij de genoemde budgettaire opbrengst ingezet wordt om het budget voor de reserve tot en met 2035 te verhogen, en de Kamer voor de behandeling van het Belastingplan zo veel mogelijk inzicht te geven in deze mogelijkheden, zodat zo snel mogelijk daarna gestart kan worden met de verdere uitwerking; verzoekt de regering tevens bij deze en de verdere uitwerking van de reserve gebruik te maken van de kennis en voorstellen vanuit de sector.
1 oktober | SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij hanteert het principe dat de vervuiler moet betalen [1]. Dit houdt in dat er een heffing moet komen op de uitstoot van stikstofverbindingen en broeikasgassen in de landbouw [2]. Ook moeten grote bedrijven die profiteren van de intensieve landbouw substantieel meebetalen aan natuurherstel [4].

Argumenten tegen: Het programma bevat weinig directe argumenten tegen, al is de partij tegen het subsidiƫren van technologische lapmiddelen om milieuschade in de veehouderij te beperken [3].

Bronnen:

  1. "Nederland ontwikkelt op korte termijn een visie voor een economie die past binnen de grenzen van de planeet. Welzijn van mens en dier staat hierbij centraal. Niet de burger, maar de vervuiler betaalt. Vervuilende sectoren als petrochemie, olieraffinage, luchtvaart, de vee-industrie worden afgebouwd. Sociale en circulaire sectoren worden gestimuleerd."
  2. "Het de-vervuiler-betaalt-principe gaat ook voor de landbouw gelden. Er komt een heffing op de uitstoot van stikstofverbindingen en broeikasgas. Op die manier hoeft de belastingbetaler niet langer op te draaien voor vervuiling en versterken we het concurrentievermogen van biologische, plantaardige producenten."
  3. "We besparen de belastingbetaler veel geld en de boeren veel regeldruk door te stoppen met symptoombestrijding. Er komt een verbod op luchtwassers. Subsidies om de milieuschade van de veehouderij te beperken, worden niet meer besteed aan technologische lapmiddelen zoals zogenaamd emissiearme stalsystemen. Dat beleid heeft aantoonbaar gefaald en zorgt bovendien voor verdere schaalvergroting."
  4. "De grote bedrijven die decennialang veel geld hebben verdiend aan de intensieve landbouw (zoals veevoerleveranciers, slachthuizen en agrarische banken) en daarmee aan natuurschade, gaan substantieel meebetalen aan natuurherstel."