De regering moet de fiscale reserve voor dier en klimaat versnellen en tijdelijk maken tot 2035. Dit geeft de agrarische sector een groter budget. Door de reserve al vanaf 2025 te gebruiken, komt er extra geld vrij voor de overheid. De regering moet de kennis uit de sector gebruiken bij de uitvoering.
Motie van het lid Flach over bezien hoe de invoeringstermijn van de fiscale reserve landbouw kan worden versneld
De kamer,
constaterende dat het kabinet een fiscale reserve voor dier en klimaat wil
invoeren, waarmee ook investeringen in reductie van de stikstofuitstoot
kunnen worden gedaan;
constaterende dat deze reserve een budgettair belang heeft van 50
miljoen euro vanaf 2030 en 25 miljoen euro structureel;
van mening dat de agrarische sector meer baat heeft bij een tijdelijke
reserve tot en met 2035, met een ruimer budget en met terugwerkende
kracht vanaf 2025, waardoor structureel ook een budgettaire opbrengst
ontstaat;
verzoekt de regering in de uitwerking van de fiscale reserve te bezien hoe
de invoeringstermijn kan worden versneld, hoe dit kan worden gedekt
door de reserve tijdelijk in plaats van structureel te maken, waarbij de
genoemde budgettaire opbrengst ingezet wordt om het budget voor de
reserve tot en met 2035 te verhogen, en de Kamer voor de behandeling
van het Belastingplan zo veel mogelijk inzicht te geven in deze mogelijkheden, zodat zo snel mogelijk daarna gestart kan worden met de verdere
uitwerking;
verzoekt de regering tevens bij deze en de verdere uitwerking van de
reserve gebruik te maken van de kennis en voorstellen vanuit de sector.
Argumenten voor: De partij wil dat financiële middelen worden ingezet voor de omschakeling naar duurzame en biologische landbouw [3]. Daarnaast willen zij boeren ondersteunen bij de overstap naar milieuvriendelijke teeltmethoden [2] en streven zij naar een landbouw die samenwerkt met de natuur [1][4].
Argumenten tegen: De motie stelt voor om de reserve tijdelijk in plaats van structureel te maken, wat kan botsen met de wens dat omschelaars de eerste jaren financiële steun moeten krijgen [3].
Bronnen:
"Een eerlijke landbouw werkt samen met de natuur en zorgt voor gezond voedsel, een leefbaar platteland en een goed inkomen voor boeren. Te lang hebben de grote agroindustrie, supermarkten en banken de boeren aan alle kanten uitgeknepen. Dit terwijl boeren ontzettend belangrijk zijn voor ons land. We kiezen voor kleinere, duurzame bedrijven in plaats van grootschalige export en bioindustrie. We kiezen voor boeren die een eerlijke prijs voor hun voedsel krijgen en op een goede manier hun werk kunnen doen in plaats van de winstmarges van aandeelhouders. Zo bouwen we aan een landbouw die toekomst heeft - voor boer, dier en natuur."
"Stop schadelijke pesticiden. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen wordt zo snel mogelijk afgebouwd. Glyfosaat wordt verboden. Internationale onderzoeken hebben een verband aangetoond tussen het gebruik van pesticiden en beroepsziekten zoals Parkinson. Er moeten directe maatregelen komen in gebieden waar dit speelt. Er komt onderzoek naar het verband tussen pesticiden en ziektes om boeren enomwonenden beter te beschermen. Boeren krijgen steun om over te stappen op milieuvriendelijke teeltmethoden. Zo zorgen we voor gezond voedsel en houden we onze bodem, het water en de natuur schoon."
"Landbouwsubsidies voor boeren, niet voor banken. Geld dat bedoeld is voor verduurzaming, hoort bij de boer en niet bij de bank. Banken die boeren in de schulden hebben gestoken, dragen hun eerlijke deel bij. Landbouwsubsidies worden volledig ingezet voor omschakeling naar duurzame en biologische landbouw. Omschakelaars krijgen de eerste jaren financiële steun."
"Landbouw kan een krachtige bondgenoot van de natuur zijn. Met gezonde bodems, schoon water en meer biodiversiteit bouwen we aan een toekomstbestendige landbouw. Zo zorgen we samen voor veilig voedsel, sterke natuur en een mooi landschap om trots op te zijn."