De regering moet de Sociaal-Economische Raad (SER) vragen om advies over de kracht van de Nederlandse economie. Dit advies moet de impact van kunstmatige intelligentie (AI) behandelen. Deze technologie biedt namelijk kansen voor de productiviteit, maar brengt ook risico's voor de werkgelegenheid en het ondernemerschap.
Motie van de leden Dassen en Stultiens over een SER-advies over het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie, met daarin aandacht voor AI
De kamer,
constaterende dat de bezuinigingen op de AOW, WIA en WW door het
kabinet uit de boeken zijn gehaald;
overwegende dat het van belang is dat de Nederlandse economie ook op
lange termijn sterk blijft en dat het versterken van arbeidsproductiviteit en
verdienvermogen kan bijdragen aan het vergroten van de brede welvaart;
overwegende dat kunstmatige intelligentie brede maatschappelijke en
economische consequenties gaat hebben;
constaterende dat technologische ontwikkelingen binnen sectoren zowel
kansen als bedreigingen met zich meebrengen, waarbij kunstmatige
intelligentie kan leiden tot hogere arbeidsproductiviteit, maar ook tot
risico’s op het gebied van werkgelegenheid en technologische
afhankelijkheid;
verzoekt de regering de Sociaal-Economische Raad om advies te vragen
over het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie en
het versterken van de economie binnen het kader van brede welvaart, en
daarbij expliciet in te gaan op de kansen en bedreigingen van kunstmatige
intelligentie op de toekomstbestendigheid van ondernemerschap en
werkgelegenheid.
Argumenten voor: De partij stimuleert technologie en innovatie om de arbeidsproductiviteit te verhogen [1]. Er is aandacht voor de effecten van automatisering en robotisering op de werkgelegenheid, waarbij omscholen via een leerbudget wordt ingezet om werknemers de mogelijkheid te bieden zich te ontwikkelen [4]. Daarnaast wil de partij dat technologie bijdraagt aan een veilige en eerlijke samenleving en wil zij de macht en afhankelijkheid van grote techbedrijven beperken [3]. Ook streeft de partij naar een economie waarin mensen kunnen meebewegen naar het werk van morgen en een zeker inkomen verdienen [2].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die een reden bieden om tegen het vragen van dit advies te stemmen.
Bronnen:
"De arbeidsproductiviteit in het mkb stagneert. D66 stimuleert technologie en innovatie die mkb'ers helpt om de arbeidsproductiviteit te verhogen."
"De uitdagingen zijn groot: de aarde warmt op, de natuur gaat kapot, arbeidsmigranten worden nog te vaak uitgebuit. Overal zijn tekorten aan mensen die het werk kunnen doen. Maar de kansen zijn minstens zo groot - als we ze durven pakken. D66 kiest voor een groene economie waarin mensen, milieu en natuur centraal staan. Dat betekent ook: niemand blijft achter. Iedereen moet mee kunnen komen. Daarom maken we ruimte om te leren, om duurzaam te wonen en te reizen én om een zeker en goed inkomen te verdienen. Zo bouwen we een economie van de toekomst, voor ondernemers, werknemers en de planeet."
"D66 wil dat technologie bijdraagt aan een veilige, eerlijke en groene samenleving. Maar dan moeten we af van onze afhankelijkheid van grote techbedrijven die winst maken met onze aandacht, data en verslaving. Grote techbedrijven bedreigen onze democratie en de sociale samenhang. Europa is wakker geschud: we zullen een eigen Europese techindustrie moeten bouwen, die goed is voor de maatschappij in plaats van die te verstoren. Om dat te bereiken, moeten we veel productiever en innovatiever worden. D66 ziet kansen voor Nederlandse bedrijven om hierin voorop te lopen. Zo bouwen we aan technologische vooruitgang die mensen verbindt, gelijke kansen biedt en goed is voor de economie."
"Slimmer werken door innovatie. We zetten sterk in op arbeidsbesparende technologie, zoals automatisering en robotisering. We zijn ons bewust van de effecten hiervan voor Nederlandse werknemers: zij krijgen via het leerbudget de mogelijkheid om zich om te scholen."