Impact van AI op de Nederlandse economie

De regering moet de Sociaal-Economische Raad (SER) vragen om advies over de kracht van de Nederlandse economie. Dit advies moet de impact van kunstmatige intelligentie (AI) behandelen. Deze technologie biedt namelijk kansen voor de productiviteit, maar brengt ook risico's voor de werkgelegenheid en het ondernemerschap.

Motie van de leden Dassen en Stultiens over een SER-advies over het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie, met daarin aandacht voor AI

De kamer, constaterende dat de bezuinigingen op de AOW, WIA en WW door het kabinet uit de boeken zijn gehaald; overwegende dat het van belang is dat de Nederlandse economie ook op lange termijn sterk blijft en dat het versterken van arbeidsproductiviteit en verdienvermogen kan bijdragen aan het vergroten van de brede welvaart; overwegende dat kunstmatige intelligentie brede maatschappelijke en economische consequenties gaat hebben; constaterende dat technologische ontwikkelingen binnen sectoren zowel kansen als bedreigingen met zich meebrengen, waarbij kunstmatige intelligentie kan leiden tot hogere arbeidsproductiviteit, maar ook tot risico’s op het gebied van werkgelegenheid en technologische afhankelijkheid; verzoekt de regering de Sociaal-Economische Raad om advies te vragen over het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie en het versterken van de economie binnen het kader van brede welvaart, en daarbij expliciet in te gaan op de kansen en bedreigingen van kunstmatige intelligentie op de toekomstbestendigheid van ondernemerschap en werkgelegenheid.
1 oktober | Volt, PRO |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de productiviteit verhogen door middel van investeringen in innovatie en digitalisering [3][1][6]. Zij zien AI en digitalisering als kansen voor economische groei en werkgelegenheid, mits de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd [2]. Daarnaast streeft de partij naar een sociale economie waarbij werknemers via inspraak kunnen meebeslissen over de inzet van AI, om zo tot duurzame en ethische oplossingen te komen [5][4].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die duiden op tegenstand tegen het onderzoeken van de economische impact van technologische ontwikkelingen zoals AI.

Bronnen:

  1. "Arbeidsmarkt van de toekomst. De arbeidsmarkt verandert. Door krapte is de druk op sommige werkenden heel hoog, terwijl elders banen verdwijnen door digitalisering. De toepassingen van AI ontwikkelen zich razendsnel. We gaan slimmer werken door te investeren in innovatie en digitalisering waar dat kan en meerwaarde heeft. Zo verhogen we onze productiviteit, waardoor we mensen vrijspelen voor sectoren waar de tekorten groot zijn, zoals de in de technieksector, de bouw- en installatiesector, de kinderopvang, het onderwijs en de zorg. We investeren in om-, her- en bijscholing, en in zij-instroom. We maken hierover afspraken met sociale partners, het onderwijs en de regio's in de een werk-ontwikkel-aanpak."
  2. "Kansen voor digitale economie. We moeten digitalisering niet alleen reguleren, maar met behoud van publieke waarden benutten voor werkgelegenheid en economische groei. De uitdagingen die Europa heeft op het vlak van digitale autonomie en de ontwikkelingen in de AI zijn kansen. We werken aan goede randvoorwaarden zodat deze sector optimaal verder tot bloei kan komen."
  3. "We gaan meer met minder doen. Met een vergrijzende bevolking moet Nederland productiever worden. Dat betekent slimmer omgaan met ons menselijk kapitaal, en flinke investeringen in innovatie en wetenschap. Zie hoofdstuk 'Onderwijs'."
  4. "De economie en arbeidsmarkt van morgen. We bouwen aan een sterke, schone en sociale economie. Op de arbeidsmarkt gaan we krapte te lijf en slaan we de handen ineen met de sociale partners, het onderwijs en de regio's om te komen tot een 'werkontwikkel-aanpak'. Daarin maken we afspraken om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform. Met een Toekomstfonds van 25 miljard euro geven we de economie een impuls, door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen. We werken samen met mkb en het grootbedrijf, die met ons de stap naar een duurzame economie willen zetten."
  5. "Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."
  6. "Toekomstfonds. Om de noodzakelijke investeringen in onze economie mogelijk te maken richten we een Toekomstfonds op van 25 miljard euro. Hiermee verhogen we onze productiviteit door investeringen in moderne spoorwegen, wetenschappelijk onderzoek en innovatie, de verduurzaming van onze industrie en de ontwikkeling van hoogwaardige bedrijvigheid."