De regering moet de Sociaal-Economische Raad (SER) vragen om advies over de kracht van de Nederlandse economie. Dit advies moet de impact van kunstmatige intelligentie (AI) behandelen. Deze technologie biedt namelijk kansen voor de productiviteit, maar brengt ook risico's voor de werkgelegenheid en het ondernemerschap.
Motie van de leden Dassen en Stultiens over een SER-advies over het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie, met daarin aandacht voor AI
De kamer,
constaterende dat de bezuinigingen op de AOW, WIA en WW door het
kabinet uit de boeken zijn gehaald;
overwegende dat het van belang is dat de Nederlandse economie ook op
lange termijn sterk blijft en dat het versterken van arbeidsproductiviteit en
verdienvermogen kan bijdragen aan het vergroten van de brede welvaart;
overwegende dat kunstmatige intelligentie brede maatschappelijke en
economische consequenties gaat hebben;
constaterende dat technologische ontwikkelingen binnen sectoren zowel
kansen als bedreigingen met zich meebrengen, waarbij kunstmatige
intelligentie kan leiden tot hogere arbeidsproductiviteit, maar ook tot
risico’s op het gebied van werkgelegenheid en technologische
afhankelijkheid;
verzoekt de regering de Sociaal-Economische Raad om advies te vragen
over het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse economie en
het versterken van de economie binnen het kader van brede welvaart, en
daarbij expliciet in te gaan op de kansen en bedreigingen van kunstmatige
intelligentie op de toekomstbestendigheid van ondernemerschap en
werkgelegenheid.
Argumenten voor: De partij streeft naar een economie die gebaseerd is op waarden en gericht is op het laten opbloeien van mens en maatschappij [1]. Dit sluit aan bij de visie in de motie om de economie te versterken binnen het kader van brede welvaart.
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen de motie ingaan.
Bronnen:
"Het Griekse woord voor econoom, oikonomos, komt in de Bijbel meermaals voor en wordt veelal vertaald met 'rentmeester'. Zoals een rentmeester de verantwoordelijkheid heeft het bezit van een ander te beheren en te gebruiken, zo heeft de mens de taak gekregen deze aarde te bouwen en te bewaren. Deze houding vormt een belangrijk vertrekpunt voor hoe wij kijken naar onze economie. Ongebreidelde groei en materialisme is zeker niet het Bijbelse ideaal. Ons economisch handelen moet tot doel hebben dat mens en maatschappij opbloeien. Daarom moeten we toe naar een economie die gebaseerd is op waarden, die robuust, sociaal, duurzaam en innovatief is. Dat vraagt om een goed vestigingsklimaat, met rechtvaardige belastingen voor burgers én minder administratieve rompslomp voor ondernemers. Dat vraagt ook om bescherming van werknemers, maar wel zo dat werkgevers hen graag in dienst blijven nemen."