Beperkingen op autonome wapensystemen

De regering moet niet instemmen met internationale beperkingen op autonome wapensystemen die niet controleerbaar of handhaafbaar zijn. Eenzijdige regels brengen Nederland militair op achterstand. Dit verzwakt de bescherming van militairen en de samenleving.

Motie van het lid Boon over geen internationale beperkingen op autonome wapensystemen die niet wederkerig, controleerbaar en handhaafbaar zijn

De kamer, overwegende dat eenzijdige beperkingen op autonome wapensystemen Nederland militair op achterstand kunnen zetten en de bescherming van onze militairen en samenleving kunnen verzwakken; verzoekt de regering niet in te stemmen met internationale beperkingen op autonome wapensystemen die niet wederkerig, controleerbaar en handhaafbaar zijn en de operationele mogelijkheden van de Nederlandse krijgsmacht beperken.
1 oktober | PVV |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij benadrukt de noodzaak van een goede basisgereedheid van de krijgsmacht [4] en het investeren in hoogwaardige technologie om dreigingen te bestrijden [4].

Argumenten tegen: De partij geeft expliciet aan dat zij internationale regulering wenst met betrekking tot de ontwikkeling en inzet van autonome wapensystemen [1], aangezien deze systemen grote morele vragen oproepen [1]. Daarnaast benadrukt de partij de noodzaak van duidelijke ethische kaders en regie door de overheid bij de inzet van kunstmatige intelligentie [5], en legt zij een sterke nadruk op de internationale rechtsorde en het naleven van internationale normen [2][3][6].

Bronnen:

  1. "Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."
  2. "Niet macht en eigenbelang, maar recht en rechtvaardigheid vormen de kern van ons buitenlands beleid. Internationale rechtsbeginselen, zoals nakoming van verdragen en bescherming van burgers conform het humanitair oorlogsrecht, staan daarbij voorop. Nederland is en blijft een actieve en betrouwbare partner in de internationale gemeenschap en van internationale gerechtshoven. Onze inzet is dan ook gericht op versterking en bescherming van de multilaterale rechtsorde, waaronder de VN, die onder grote druk staat. Nederland neemt - idealiter in Europees verband - een leidende rol in het aankaarten van mensenrechtenschendingen en het tegengaan van straffeloosheid. We bestrijden autocratische regimes met sancties. Mensenrechtenschendingen worden bestreden en daders berecht."
  3. "De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."
  4. "De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."
  5. "De opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd, met potentieel ontwrichtende gevolgen voor onder andere de rechtsstaat. Daarom vindt de ChristenUnie dat dit duidelijke ethische kaders en regie van de overheid"
  6. "**Defensie en ontwikkelingssamenwerking.** We kiezen voor veiligheid en solidariteit. Nederland gaat zich houden aan de afspraken en voldoen aan de internationale normen. Daarom geven we 3.5% van ons nationale inkomen uit aan defensie en 0.7% aan de allerarmsten wereldwijd."