Productie in de defensie-industrie

De regering moet langjarige contracten en ''special war facility contracts' (contracten voor productiegarantie) gebruiken bij de inkoop van defensiemiddelen. De productie in de defensie-industrie blijft nu achter door onzekerheid over toekomstige orders, wat zorgt voor hogere prijzen. Contracten zorgen dat productie in vredestijd behouden blijft en snel kan groeien tijdens een crisis.

Motie van de leden Bolhuis en Van Lanschot over langjarige contracten en special war facility contracts toepassen bij de inkoop van kritieke capaciteiten

De kamer, constaterende dat de opschaling van productiecapaciteit in de defensieindustrie achterblijft bij de vraag, wat leidt tot forse prijsstijgingen; overwegende dat achterblijvende opschaling voortkomt uit onzekerheid over afname en dat langjarige contracten, zoals ontwikkelcontracten of afnamegaranties, die onzekerheid kunnen wegnemen en innovatiesystemen en werkgelegenheid versterken; overwegende dat Defensie met special war facility contracts productiecapaciteit in vredestijd kan behouden, zodat deze capaciteit in crisistijd snel kan opgeschaald; verzoekt de regering vormen van langjarige contracten en special war facility contracts uit te werken en toe te passen bij de inkoop van kritieke capaciteiten, bij voorkeur met Europese partners, en de Kamer hierover te informeren in de Stand van Defensie.
1 oktober | PRO, CDA |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij streeft naar publieke sturing op de defensie-industrie om te voorkomen dat veiligheid volledig aan de markt wordt overgelaten [1]. Er is een sterke focus op Europese samenwerking bij de gezamenlijke inkoop en ontwikkeling van wapensystemen, diensten en infrastructuur [3][4][5]. Daarnaast wil de partij een verantwoord investeringsplan om verspilling en onnodige prijsstijgingen tegen te gaan [2]. Tevens wordt ingezet op het gebruik van publieke aanbestedingen op lange termijn om industriële en maatschappelijke doelen te realiseren [6].

Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten tegen de motie te vinden in de verstrekte fragmenten.

Bronnen:

  1. "Veiligheid vereist publieke sturing. Onze veiligheid is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten. We investeren in een onafhankelijkere, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners met wie we gezamenlijk inkopen en ontwikkelen. We specialiseren in onze sterke sectoren. Voor Nederland betekent dit investeringen in maritieme en logistieke capaciteiten en de drone-, sensor-, cyber- en ruimtevaarttechnologie. Strategisch relevante defensiebedrijven komen deels in publieke handen via staatsdeelnemingen. We gaan zo prijsopdrijving en overwinsten tegen zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid en niet eindigt in de portemonnee van wapenspeculanten."
  2. "Een verantwoord investeringsplan. Voor het opbouwen van een sterke krijgsmacht zijn forse investeringen nodig en veel tijd. Daar moet een verantwoord investeringsplan voor komen. Vooraf moet duidelijk zijn waarin we gaan investeren, of deze investeringen het internationaal humanitair recht respecteren, en of defensie en de industrie dat geld ook goed kunnen uitgeven. Daarbij streven we naar maximale openbaarheid, onderzoeken we vooraf de belangen van de defensie-industrie en leggen we transparant vast hoe we mogelijke lobby-invloeden en belangenconflicten vermijden. Zo voorkomen we verspilling en onnodige prijsstijgingen. Ook kunnen we kosten besparen met betere samenwerking in Europa bij het inkopen van munitie en wapensystemen."
  3. "Europese defensiesamenwerking. Defensie moet een gedeelde EUcompetentie worden; besluiten over inzet van de krijgsmacht blijven echter een nationale bevoegdheid. Integratie van de krijgsmachten zetten we voort. We bouwen een onafhankelijke Europese defensie-industrie via de gezamenlijke ontwikkeling en inkoop van wapensystemen, diensten en infrastructuur. We beschermen onszelf en onze infrastructuur tegen cyberaanvallen, desinformatie, spionage en sabotage. We bouwen onze afhankelijkheid van de VS af en plaatsen geen orders meer bij de Israëlische defensie-industrie. Vooruitlopend op toekomstig EU-lidmaatschap kan de EU Oekraïne al integreren via een Veiligheidspact op het gebied van veiligheid en defensie."
  4. "Made in Europe. We kiezen voor een groene en eerlijke economie waarin meer producten in Europa worden gemaakt. Hiermee worden we minder afhankelijk van vervuilende import en krijgen we meer grip op arbeidsrechten en het milieu, en vergroten we onze strategische autonomie. Daarom moet er voor strategische sectoren en technologieën een Europees voorkeursprincipe gaan komen in publieke aanbestedingsregels. Ook op nationaal niveau gaan we onderzoeken of we bij inkoop- en aanbestedingen voorrang kunnen geven aan Europese bedrijven."
  5. "Digitale autonomie en industriepolitiek in Europa. Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers. Samen met Europese partners maken we haast met het bouwen van Europese alternatieven en het stallen van data op Europees grondgebied en zorgen we dat het uitsluitend onder Europees recht valt. Zo maken we de hele overheid minder afhankelijk van landen buiten de Europese Economische Ruimte en bergen we overheidsinformatie veiliger op. Om dit meer kracht bij te zetten investeren we in de Rijkscloud. Voor het stellen van prioriteiten in het bouwen aan digitale autonomie, kiezen we een risico-gedreven aanpak, waarbij we de gehele technologiestack in samenhang benaderen. We ondersteunen initiatieven voor Europese chipfabrieken en sturen bij de Europese Commissie aan op publieke garanties, zoals bij het InvestEU-programma. In Nederland omarmen we het ecosysteem van innovatieve mkb'ers en stimuleren start-ups in de tech-sector. De Rijksoverheid geeft als grootste IT-afnemer van het land de voorkeur aan Europese digitale diensten. Dat leidt tot hoogwaardige werkgelegenheid en versterkt de economie."
  6. "Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."