De regering moet een regeling maken voor burnpitveteranen. Nu krijgen militairen nadeel als zij geen bewijs hebben dat zij aan burnpits (verbrandingsovens) zijn blootgesteld. De regering moet er daarom vanuit gaan dat de aandoening door de blootstelling komt, tenzij Defensie het tegendeel bewijst. Ook moeten lopende zaken met voorrang worden behandeld.
Motie van het lid Bolhuis over onderzoek naar een regeling voor burnpitveteranen
De kamer,
overwegende dat het ontbreken van blootstellingsgegevens niet in het
nadeel van burnpitveteranen mag werken, maar dat dit in het huidige
beoordelingskader wel gebeurt;
verzoekt de regering te onderzoeken of een regeling kan worden
getroffen, met als uitgangspunt dat voor militairen die zijn ingezet in
gebieden waar burnpits werden gebruikt, voorshands aannemelijk wordt
geacht dat hun aandoening het gevolg is van deze blootstelling, tenzij
Defensie concreet aantoont dat de aandoening in overwegende mate een
andere oorzaak heeft, en de uitkomsten van dit onderzoek nadrukkelijk te
betrekken bij de toegezegde brief van eind 2026;
verzoekt de regering in lopende zaken van burnpitveteranen de beoordeling van de casus met voorrang te behandelen en daarbij het voordeel
van de twijfel bij de veteraan te leggen.
Argumenten voor: De partij steunt het gebruik van een omgekeerde bewijslast bij regelingen voor schadeafhandeling, zoals zij beogen voor de afhandeling van mijnbouwschade in Limburg [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die de partij tegen de motie zouden doen stemmen.
Bronnen:
"Regeling voor de afhandeling van mijnbouwschade in Limburg openstellen met omgekeerde bewijslast"