Regeling voor burnpitveteranen

De regering moet een regeling maken voor burnpitveteranen. Nu krijgen militairen nadeel als zij geen bewijs hebben dat zij aan burnpits (verbrandingsovens) zijn blootgesteld. De regering moet er daarom vanuit gaan dat de aandoening door de blootstelling komt, tenzij Defensie het tegendeel bewijst. Ook moeten lopende zaken met voorrang worden behandeld.

Motie van het lid Bolhuis over onderzoek naar een regeling voor burnpitveteranen

De kamer, overwegende dat het ontbreken van blootstellingsgegevens niet in het nadeel van burnpitveteranen mag werken, maar dat dit in het huidige beoordelingskader wel gebeurt; verzoekt de regering te onderzoeken of een regeling kan worden getroffen, met als uitgangspunt dat voor militairen die zijn ingezet in gebieden waar burnpits werden gebruikt, voorshands aannemelijk wordt geacht dat hun aandoening het gevolg is van deze blootstelling, tenzij Defensie concreet aantoont dat de aandoening in overwegende mate een andere oorzaak heeft, en de uitkomsten van dit onderzoek nadrukkelijk te betrekken bij de toegezegde brief van eind 2026; verzoekt de regering in lopende zaken van burnpitveteranen de beoordeling van de casus met voorrang te behandelen en daarbij het voordeel van de twijfel bij de veteraan te leggen.
6 oktober | PRO | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil de financiële risico's wegnemen die militairen lopen in relatie tot bedrijfsongevallen [2].

Argumenten tegen: De partij wil de regelzucht beperken en vindt dat de Kamer niet te vaak extra onderzoek moet vragen [3]. Ook wil de partij bureaucratische rompslomp vermijden om de wetgeving flexibel te houden [1].

Bronnen:

  1. "Ruim baan voor militaire oefeningen: De veiligheid van onze militairen staat voorop; zonder training riskeren we de levens van onze mannen en vrouwen in een conflictsituatie. De krijgsmacht moet daarom alle ruimte krijgen om te oefenen. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook in steden en binnen de bebouwde kom. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met de regio. Om onze krijgsmacht in optimale gereedheid te brengen en geen vertraging op te lopen door bureaucratische rompslomp, is flexibiliteit in de wetgeving cruciaal. Daarom willen we in Nederlandse en Europese wetgeving voldoende flexibiliteit in waar en hoe Defensie mogelijke natuurschade compenseert, en de ruimte om desnoods met een beroep op nationale veiligheid Defensie uit te zonderen. De Wet op de defensiegereedheid zet hierin een eerste stap."
  2. "100.000 militairen en reservisten erbij: Defensie heeft een nieuw personeelsmodel nodig, waarbij naast beroepsmilitairen ook dienjaarders en reservisten een volwaardige rol hebben. Om de krijgsmacht op sterkte te brengen en de verbinding met de samenleving te herstellen, zetten we een eerste stap door een verplichte enquête voor jongeren in te voeren. Zo maken we jongeren bewust van hun rol in de verdediging van ons land. Zo creëren we een kweekvijver van talent en enthousiasmeren we jongeren om zich vrijwillig aan te melden als reservist. Als dit onvoldoende resultaat oplevert, overwegen we andere stappen, zoals de herinvoering van de opkomstplicht. Daarnaast flexibiliseren we de rol van reservist zodat deze beter te combineren is met een fulltimebaan of studie, en nemen we de financiële risico's weg die zij lopen in relatie tot bedrijfsongevallen."
  3. "Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."