De regering moet een nieuwe categorie in de Arbowetgeving (regels voor veiligheid op het werk) maken voor studenten maritieme archeologie. Zo kunnen zij veilig onder water oefenen. Dit is nodig om goed voorbereid te zijn op hun werk en om kennis over maritiem erfgoed te behouden.
Motie van het lid Wiersma over het opstellen van een aparte arbocategorie voor studenten maritieme archeologie
De kamer,
constaterende dat studenten maritieme archeologie praktijkervaring onder
water moeten kunnen opdoen om goed te worden voorbereid op hun
toekomstige werkzaamheden;
constaterende dat de V-categorie in de voorgestelde en de huidige
Arbowetgeving dit praktijkonderwijs onder water onmogelijk maakt,
waardoor deze studenten nu noodgedwongen op het droge moeten
oefenen;
overwegende dat de motie-Wiersma over een tijdelijke gedoogmaatregel
voor specialistische vrijwillige duikers (32 820, nr. 585) unaniem door de
Kamer is aangenomen;
overwegende dat goed en veilig praktijkonderwijs in het water noodzakelijk is voor het behoud van kennis en deskundigheid op het gebied van
ons maritieme erfgoed;
verzoekt de regering om, in overleg met het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
binnen de Arbowetgeving een aparte categorie voor studenten maritieme
archeologie op te stellen, zodat zij veilig onder water praktijkervaring
kunnen blijven opdoen, en tot die tijd niet te handhaven.
Argumenten voor: De partij zet in op praktisch gericht onderwijs [1] en stelt dat kleine studies die een onmisbare functie vervullen, gerichte ondersteuning nodig hebben [2]. Daarnaast wordt het belang onderstreept van investeren in het beroepsonderwijs en de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij het onderwijs [3].
Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten bevatten geen informatie die een tegenstand vormt voor het faciliteren van praktijkonderwijs of het aanpassen van wetgeving om onderwijs mogelijk te maken.
Bronnen:
"Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
"Over de hele breedte van het hbo en wo zijn er kleine studies (talen, techniek) die in de knel komen. Toch vervullen ze een wezenlijke en onmisbare functie voor (een gevarieerd aanbod van) het hoger onderwijs. Er is gerichte ondersteuning en coördinatie nodig om bepaalde disciplines, bijvoorbeeld in de geesteswetenschappen, te behouden voor Nederland."
"We investeren volop in het beroepsonderwijs en geven ruimte aan jonge ondernemers. Dat is nodig, nu veel kennis met pensioen gaat. Elke provincie verdient een techniekhavo en technasia. Bedrijven worden via samenwerkingen actief betrokken bij het onderwijs, zowel in het voortgezet als vervolgonderwijs. We stimuleren ondernemerschap vanuit het hoger en wetenschappelijk onderwijs, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van afspraken over het intellectueel eigendom van tijdens een studie ontwikkelde innovaties."