Onderwaterpraktijk voor maritieme archeologie

De regering moet een nieuwe categorie in de Arbowetgeving (regels voor veiligheid op het werk) maken voor studenten maritieme archeologie. Zo kunnen zij veilig onder water oefenen. Dit is nodig om goed voorbereid te zijn op hun werk en om kennis over maritiem erfgoed te behouden.

Motie van het lid Wiersma over het opstellen van een aparte arbocategorie voor studenten maritieme archeologie

De kamer, constaterende dat studenten maritieme archeologie praktijkervaring onder water moeten kunnen opdoen om goed te worden voorbereid op hun toekomstige werkzaamheden; constaterende dat de V-categorie in de voorgestelde en de huidige Arbowetgeving dit praktijkonderwijs onder water onmogelijk maakt, waardoor deze studenten nu noodgedwongen op het droge moeten oefenen; overwegende dat de motie-Wiersma over een tijdelijke gedoogmaatregel voor specialistische vrijwillige duikers (32 820, nr. 585) unaniem door de Kamer is aangenomen; overwegende dat goed en veilig praktijkonderwijs in het water noodzakelijk is voor het behoud van kennis en deskundigheid op het gebied van ons maritieme erfgoed; verzoekt de regering om, in overleg met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, binnen de Arbowetgeving een aparte categorie voor studenten maritieme archeologie op te stellen, zodat zij veilig onder water praktijkervaring kunnen blijven opdoen, en tot die tijd niet te handhaven.
7 oktober | BBB | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat strategische sectoren zoals de maritieme sector (waaronder scheepsbouw en offshore techniek) structureel worden erkend en dat beleid hierop wordt ingericht [1]. Daarnaast zet de partij zich in voor de waardering van praktisch onderwijs en wil zij dat het onderwijs aansluit op de vraag uit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties [4][2]. De partij stimuleert dat jongeren kunnen kiezen voor vakmanschap waarbij zij met 'hoofd én handen' werken [3].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Erkenning maritieme maakindustrie als strategisch. Scheepsbouw, offshore techniek, bagger, marinebouw en binnenvaart logistiek zijn van groot belang voor onze economie en veiligheid. BBB wil dat deze sector structureel wordt erkend als strategisch en dat beleid daarop wordt ingericht."
  2. "Voor BBB staat één ding voorop: mensen moeten hun talenten kunnen ontwikkelen en samen met anderen hun omgeving leefbaar houden. Daarvoor is nabijheid belangrijk. Juist in de regio's buiten het zicht van Den Haag heeft BBB concrete resultaten geboekt. Met de invoering van de krimpcheck wordt nieuw onderwijsbeleid voortaan getoetst op regionale impact. De aan universiteiten en HBO's sterk gestegen instroom van internationale studenten wordt steeds meer afgestemd op het behoud van lokaal en regionaal onderwijsaanbod. Tevens aansluitend op de vraag uit bedrijfsleven, instellingen en maatschappelijke organisaties. BBB wil dat het onderwijs betrouwbaar is, vrij denkt en onafhankelijk bijdraagt aan maatschappelijke opgaven. Vrij van haat en intimidaties. Nuttig voor Nederland en de internationale samenwerking. Waar studenten en medewerkers zich veilig voelen."
  3. "Inzetten op vakmensen. Jongeren moeten weer kunnen kiezen voor 'maken met hoofd én handen' met toekomstperspectief."
  4. "Waardering voor vakmensen. Praktisch opgeleiden verdienen extra waardering in taal en beleid. Te lang zijn leerlingen richting het hoogste theoretische niveau gestuurd, terwijl de samenleving juist zit te springen om vakmensen. Tijd voor erkenning en gerichte steun."