Advies over nieuwe Europese aanbestedingsregels

De regering moet werkgevers en werknemers raadplegen over het kabinetsstandpunt over de nieuwe Europese Public Procurement Act (regels voor aanbestedingen). Deze regels kunnen namelijk zorgen voor betere arbeidsvoorwaarden en een eerlijk speelveld voor bedrijven.

Motie van de leden Van Brenk en Patijn over bij werkgevers en werknemers advies inwinnen ten behoeve van het kabinetsstandpunt over de Public Procurement Act

De kamer, constaterende dat de Europese Commissie op 9 september 2026 een voorstel voor een nieuwe Public Procurement Act heeft gepresenteerd met nieuwe regels voor aanbestedingen; overwegende dat het voorstel mogelijk meer ruimte biedt om sociale voorwaarden mee te wegen bij aanbestedingen en voorwaarden te stellen aan onderaanbesteding in risicosectoren, en dat dit in het belang is zowel van werknemers als het gaat om goed werk, als van werkgevers en opdrachtgevers als het gaat om een internationaal gelijk speelveld; verzoekt de regering om uit het oogpunt van goede arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van een internationale race naar de bodem advies in te winnen op het kabinetsstandpunt door werkgevers en werknemers te raadplegen.
7 oktober | 50PLUS, PRO | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een aanpak van de arbeidsmarkt waarbij werkgevers en werknemers samenwerken in de 'polder' [2][1]. De partij wil dat producten die niet voldoen aan internationale normen voor mensenrechten of milieu worden geweerd [3]. Verder zet de partij zich in voor een gelijk Europees speelveld [4] en wil zij voorkomen dat Nederlandse bedrijven worden weggeconcurreerd door producten met lagere standaarden [5].

Argumenten tegen: De partij levert geen argumenten die het raadplegen van werkgevers en werknemers over sociale voorwaarden bij aanbestedingen tegengaan.

Bronnen:

  1. "De krimpende beroepsbevolking, bestaande arbeidsmarktkrapte, grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld verduurzaming) en groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals defensie en zorg, is een grote puzzel voor de arbeidsmarkt en economie. Deze structurele krapte vraagt om een gezamenlijke, met 'de polder' gedragen, aanpak. Werkgevers, werknemers, overheid en maatschappelijke organisaties maken samen de arbeidsmarkt toekomstbestendig. In goed polderoverleg maken we eerlijke keuzes over hoe we arbeid anders organiseren, arbeid eerlijker verdelen en welke prioriteiten we stellen in publieke dienstverlening. Arbeidsmigratie is daarbij geen eenvoudig antwoordvoor de oplossing van onze structurele tekorten."
  2. "Ons land kent een lange traditie van overleg tussen werkgevers en werknemers. In de befaamde Nederlandse polder zijn werkgevers en werknemers belangrijke partners bij grote hervormingsbesluiten over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. In tijden van polarisatie en verwijdering blijven we samen zoeken naar overeenstemming en het gezamenlijk algemeen belang."
  3. "Er is in onze economie geen enkele plaats voor kinderarbeid en uitbuiting. De Wet Zorgplicht Kinderarbeid, die al door beide Kamers is aangenomen, wordt met spoed uitgevoerd. Producten waarvan de productie in strijd is met internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, kinderarbeid of milieu, worden geweerd, óók als dat de exit van platforms als Temu en AliExpress uit Nederland betekent. Het uitgangspunt wordt dat bedrijven die van overheidssteun gebruikmaken, de OESO-normen rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven en naleven."
  4. "Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden. Ook vangen verschillende Europese landen elkaar vliegen af door belastingconcurrentie om grote bedrijven binnen te halen. Dat moet anders. Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun."
  5. "Regels die voor Nederlandse bedrijven gelden, zijn ook van kracht op geïmporteerde goederen. Het kan en mag niet zo zijn dat Nederlandse productie die voldoet aan de hoogste standaarden wordt weggeconcurreerd doordat vergelijkbare producten met lagere standaarden wel geïmporteerd mogen worden, zoals gebeurt met dierlijke producten."