De regering moet een duidelijk plan maken om Nederland weerbaarder te maken tegen militaire en hybride dreigingen. De huidige verantwoordelijkheden en acties zijn nu te onduidelijk. Dit plan komt onder leiding van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de NCTV en Defensie. Hierin staan de verantwoordelijkheden en de benodigde middelen.
Motie van het lid Belhirch c.s. over één integraal en uitvoerbaar weerbaarheidsplan waarin bestaand beleid en de uitkomsten en afspraken van de weerbaarheidstop worden meegenomen
De kamer,
constaterende dat de militaire en hybride dreigingen toenemen en
Nederland zijn weerbaarheid met urgentie moet versterken;
overwegende dat er veel beleid en verschillende initiatieven zijn, maar dat
voor betrokken partijen nog onvoldoende duidelijk is wie waarvoor
verantwoordelijk is en wat er concreet moet gebeuren;
overwegende dat tijdens de weerbaarheidstop eind oktober overheid,
bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties bijeenkomen om
afspraken te maken over de weerbaarheid van Nederland;
verzoekt de regering om, onder coördinatie van JenV/NCTV en Defensie,
te komen tot één integraal en uitvoerbaar weerbaarheidsplan waarin
bestaand beleid en de uitkomsten en afspraken van de weerbaarheidstop
worden meegenomen;
verzoekt de regering daarin duidelijk te maken wie waarvoor verantwoordelijk is, wat er concreet moet gebeuren, welke middelen daarvoor nodig
zijn en binnen welk tijdpad, en de Kamer hierover uiterlijk in het eerste
kwartaal van 2027 te informeren.
8 oktober | D66, 50PLUS, CDA, DENK, PRO, SGP, SP, Volt, VVD | Aangenomen |
Argumenten voor: De partij stelt dat de militaire en hybride dreigingen toenemen en dat de weerbaarheid van Nederland urgent is [1]. De partij pleit voor een integrale aanpak waarbij defensie onderdeel is van een breder veiligheidsbeleid [2] en benadrukt de noodzaak om vitale infrastructuur te beschermen tegen desinformatie en cyberaanvallen [4]. Ook de basisgereedheid van de krijgsmacht voor rampen en crises is volgens de partij essentieel [3].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen een integraal weerbaarheidsplan of een betere coördinatie van de verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid.
Bronnen:
"Vrijheid en democratie zijn niet vanzelfsprekend. Er is een oorlog gaande in Europa. Toenemende geopolitieke spanningen zorgen voor onzekerheid en een schemergebied tussen oorlog en vrede. In een instabiele wereld moeten Europa en Nederland meer op eigen benen staan om onze veiligheid en democratische rechtsorde te beschermen en weerbaarder te worden. De rechtsstaat en ons vrije democratische bestel staan niet alleen onder druk van (sabotage door) andere landen, maar ook door terroristische dreiging van het jihadisme, criminele ondermijning of extremistische netwerken die onze rechtsorde bedreigen."
"De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."
"De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."
"Nederland moet zich goed beschermen tegen spionage, diefstal van militaire technologie, ontwrichting door desinformatie en het hacken van wapensystemen en vitale infrastructuur (zoals een waterkering). Nederland is goed in cyberveiligheid en dat willen we zo houden. Extra geld voor defensie gebruiken we daarom ook voor het verbeteren van cyberveiligheid. De veiligheid op de Noordzee staat onder druk. Er komt een strategie om met bondgenoten de vitale onderdelen van de infrastructuur, zoals zeekabels, te beschermen. We werken daarbij nauw samen met bondgenoten aan de Oostzee die soortgelijke ervaringen hebben."