De regering moet de provincie Noord-Holland vragen de status van de Shipdockscheepswerf als 'Industrieterrein van Provinciaal Belang' (IPB) te behouden. De werf is essentieel voor de nationale veiligheid en de energietransitie. Dit voorkomt dat de werf definitief verdwijnt voordat er een structurele oplossing is gevonden.
Motie van het lid Van Lanschot c.s. over de provincie Noord-Holland verzoeken de IPB-status voor de Shipdockscheepswerf te handhaven
De kamer,
overwegende dat de Shipdockscheepswerf in Amsterdam-Noord
essentieel is voor onze nationale veiligheid, de energietransitie en
circulaire en grondstoftransities;
constaterende dat het transformeren van deze locatie potentie biedt voor
woningbouwontwikkeling, maar dit niet ten koste mag gaan van continuïteit van de werf;
constaterende dat de provincie Noord-Holland, op verzoek van de
Ministeries van EZK, Defensie en IenW, de werf daarom heeft aangewezen
als Industrieterrein van Provinciaal Belang (IPB) en momenteel scenario’s
worden onderzocht, waaronder verplaatsing van de werf;
overwegende dat een integrale analyse van de benodigde nationale
scheepswerfcapaciteit, inclusief worstcasescenario, wenselijk is voor een
goede belangenafweging;
verzoekt de regering om de provincie Noord-Holland te verzoeken de
IPB-status voor de Shipdockscheepswerf te handhaven, totdat er
zekerheid is over een structurele oplossing, zodat geen onomkeerbare
stappen worden genomen die leiden tot verlies van deze scheepswerfcapaciteit.
Argumenten voor: De partij wil de defensie-industrie versterken door te investeren in maritieme en logistieke capaciteiten en de sturing van strategische sectoren niet volledig aan de markt over te laten [1]. Daarnaast richt de partij zich op het ondersteunen van industrieën die essentieel zijn voor de duurzame economie van de toekomst [2][3].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om de continuïteit van de werf op te offeren aan andere belangen.
Bronnen:
"Veiligheid vereist publieke sturing. Onze veiligheid is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten. We investeren in een onafhankelijkere, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners met wie we gezamenlijk inkopen en ontwikkelen. We specialiseren in onze sterke sectoren. Voor Nederland betekent dit investeringen in maritieme en logistieke capaciteiten en de drone-, sensor-, cyber- en ruimtevaarttechnologie. Strategisch relevante defensiebedrijven komen deels in publieke handen via staatsdeelnemingen. We gaan zo prijsopdrijving en overwinsten tegen zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid en niet eindigt in de portemonnee van wapenspeculanten."
"Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."
"Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."