Status Shipdockscheepswerf behouden

De regering moet de provincie Noord-Holland vragen de status van de Shipdockscheepswerf als 'Industrieterrein van Provinciaal Belang' (IPB) te behouden. De werf is essentieel voor de nationale veiligheid en de energietransitie. Dit voorkomt dat de werf definitief verdwijnt voordat er een structurele oplossing is gevonden.

Motie van het lid Van Lanschot c.s. over de provincie Noord-Holland verzoeken de IPB-status voor de Shipdockscheepswerf te handhaven

De kamer, overwegende dat de Shipdockscheepswerf in Amsterdam-Noord essentieel is voor onze nationale veiligheid, de energietransitie en circulaire en grondstoftransities; constaterende dat het transformeren van deze locatie potentie biedt voor woningbouwontwikkeling, maar dit niet ten koste mag gaan van continuïteit van de werf; constaterende dat de provincie Noord-Holland, op verzoek van de Ministeries van EZK, Defensie en IenW, de werf daarom heeft aangewezen als Industrieterrein van Provinciaal Belang (IPB) en momenteel scenario’s worden onderzocht, waaronder verplaatsing van de werf; overwegende dat een integrale analyse van de benodigde nationale scheepswerfcapaciteit, inclusief worstcasescenario, wenselijk is voor een goede belangenafweging; verzoekt de regering om de provincie Noord-Holland te verzoeken de IPB-status voor de Shipdockscheepswerf te handhaven, totdat er zekerheid is over een structurele oplossing, zodat geen onomkeerbare stappen worden genomen die leiden tot verlies van deze scheepswerfcapaciteit.
8 oktober | CDA, 50PLUS, CU, JA21, Keijzer, Markusz, SGP, VVD | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien, onmisbaar is voor het bepalen welke industrieën een toekomst hebben [1].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat de ruimte in Nederland schaars is [2][4] en dat de prioriteit moet liggen bij het vrijmaken van ruimte voor natuur en woningen [3]. Daarnaast is de partij van mening dat niet alle industrie of defensie fysiek in Nederland aanwezig hoeft te zijn [2][4].

Bronnen:

  1. "We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."
  2. "Niet alles hoeft in Nederland, want de ruimte is schaars. Europese landen gaan efficiënter samenwerken bij het aankopen van defensiematerieel."
  3. "Er komt geen extra ruimte voor defensieoefeningen in Nederland, maar we zetten juist in op het verminderen van militaire oefeningen en terreinen in Nederland. We laten het aantal dieren in de veehouderij afnemen met minimaal 75%. Dan komt er ruimte vrij voor natuur en woningen."
  4. "Hoewel hiervoor investeringen nodig zijn, zegt de Partij voor de Dieren 'nee' tegen een blanco cheque voor defensie. We kijken bij elke maatregel kritisch welke uitgaven nodig zijn om de verdediging van Europa op orde te krijgen en efficiënt te organiseren. Niet alle versterking van defensie hoeft fysiek in Nederland plaats te vinden. Ons land heeft weinig ruimte, er is een wooncrisis, en nergens anders staat de natuur zo erg onder druk."