De regering moet het inlaatwerk Bernisse robuuster maken. Het systeem is cruciaal voor de Rotterdamse haven, de glastuinbouw en de landbouw op Voorne-Putten. Nu is de watertoevoer namelijk kwetsbaar voor verzilting (het binnendringen van zout water). Dit moet sneller gebeuren binnen het Deltaprogramma Zoetwater.
Motie van het lid Grinwis c.s. over inzetten op spoedige besluitvorming over en maximale medewerking verlenen aan het robuuster maken van het inlaatwerk Bernisse
De kamer,
constaterende dat het zoetwatersysteem in de Rijn-Maasmonding met het
inlaatwerk Bernisse in combinatie met het Brielse Meer van groot
strategisch belang is voor de Rotterdamse haven en industrie, de
glastuinbouw en het waterbeheer in het Westland en voor de landbouw
en regionale waterhuishouding op Voorne-Putten, maar tegelijk kwetsbaar
is voor verzilting;
overwegende dat het inmiddels evident is dat het inlaatwerk Bernisse
robuuster moet worden en meer aanvoercapaciteit dient te krijgen;
verzoekt de regering in samenspraak met het waterschap Hollandse Delta,
het hoogheemraadschap van Delfland en het Havenbedrijf Rotterdam in
het kader van het Deltaprogramma Zoetwater in te zetten op spoedige
besluitvorming over en maximale medewerking te verlenen aan het
robuuster maken van het inlaatwerk Bernisse, en de Kamer over de
voortgang in het eerste kwartaal van 2027 te informeren.
Argumenten voor: De partij wil de omslag maken van water afvoeren naar het vasthouden van water [3]. Zoetwatervoorziening moet een belangrijke pijler binnen het Deltafonds worden [1] en er is een snelle, geïntegreerde aanpak nodig om de Europese kaderrichtlijn water te halen [2]. Daarnaast wordt water en bodem sturend in het ruimtelijk beleid, waarbij het waterbelang dwingender doorwerkt op besluiten die invloed hebben op het watersysteem [4][5]. Het Deltaprogramma moet bovendien voldoende middelen krijgen om de veiligheid te garanderen [4].
Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het programma die de noodzaak van een robuuster zoetwatersysteem of de inzet van het Deltaprogramma tegengaan.
Bronnen:
"Nederland heeft steeds vaker te maken met langere periodes van droogte. Dat heeft gevolgen voor de beschikbaarheid van water voor drinkwater, voedselvoorziening en natuur. Zoetwatervoorziening wordt daarom een voornamere pijler binnen het Deltafonds. We voeren het Actieprogramma beschikbaarheid drinkwater snel uit. Provincies geven prioriteit aan het aanwijzen van nieuwe waterwinpunten. Het watersysteem wordt opnieuw ingericht om in de winter water beter vast te houden. Het grondwaterpeil wordt waar het kan verhoogd. Er komen meer waterbuffers, door diepere en meanderende beken en het aanleggen van natuurlijke waterreservoirs."
"In 2027 moeten we voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water (KRW). Op dit moment voldoet Nederland er nog niet aan. Dat heeft niet alleen consequenties voor de chemische en ecologische kwaliteit van het water en wat daarin leeft, maar ook voor de vergunningverlening. Er komt een snelle en geïntegreerde aanpak om de KRWdoelen te halen. Dit werkt door in het beleid voor mest, gewasbescherming en geneesmiddelen en de inrichting van de waterlopen. De KRW-doelen en bijbehorende normen worden expliciet en bindend opgenomen in wet- en regelgeving en in besluitvorming op alle relevante beleidsterreinen."
"Nederland is een waterland. 'Denkend aan Holland zie ik breede rivieren, traag door oneindig laagland gaan' dichtte Marsman ooit. De verhouding met ons water is altijd gespannen geweest omdat een groot deel van ons land onder de zeespiegel ligt. Na de watersnoodramp van 1953 lag de focus van het waterbeleid vooral op veiligheid. Hoge dijken, innovatieve keringen. Hollands glorie in de delta. Nu staan we voor nieuwe uitdagingen: de bedreigingen van extreme neerslag, aanhoudende droogte en vervuiling. We moeten als land de omslag maken van kampioen water afvoeren, naar kampioen water vasthouden."
"Het Deltaprogramma wordt voorzien van voldoende middelen om het veilig voortbestaan van ons land te garanderen. We realiseren de Hollandkering om dijkverhogingen in het achterland te beperken. Dijkversterkingen gaan gepaard met nieuwe natuuraanleg, bijvoorbeeld via groene dijken. Water en bodem worden sturend in het ruimtelijk beleid (en landgebruik) van Nederland: de structurerende keuzes uit de beleidsbrief Water en Bodem Sturend worden uitgevoerd. Bij nieuwe vergunningen moet het waterbelang dwingender doorwerken op ruimtelijke plannen en besluiten die invloed (kunnen) hebben op het watersysteem."
"Het veranderende klimaat vraagt om doortastend beleid. We nemen onze verantwoordelijkheid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, en maken Nederland weerbaar tegen extreme weersomstandigheden. Tegelijkertijd kiezen we voor een ruimtelijke ordening waarin water en bodem sturend zijn. Zo gaan we verstandig om met de ruimte die we hebben en is er toekomst voor natuur, landbouw, wonen en energie."