Betalingen voor het Strafhof garanderen

De regering moet onderzoeken hoe het Internationaal Strafhof altijd toegang houdt tot het internationale betalingsverkeer. Nu kunnen andere landen de toegang tot geld ongewenst blokkeren. Dit tast de onafhankelijkheid van het hof aan. Het regelen hiervan versterkt de macht van Europa.

Motie van het lid Van der Werf c.s. over onderzoeken hoe de toegang tot het internationale betalingsverkeer kan worden gegarandeerd voor het Internationaal Strafhof en andere rechtspersonen

De kamer, overwegende dat het onwenselijk is dat derde landen indirect kunnen bepalen of een onafhankelijke internationale rechterlijke instelling toegang heeft tot het internationale betalingsverkeer; overwegende dat Nederland als gastland een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor de continuïteit van het functioneren van het Internationaal Strafhof; van mening dat Nederland hierin binnen de EU een voortrekkersrol moet vervullen, teneinde de Europese soevereiniteit ten opzichte van andere grootmachten te versterken; verzoekt de regering in samenwerking met De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank te onderzoeken hoe de toegang tot het internationale betalingsverkeer kan worden gegarandeerd voor het Internationaal Strafhof en andere rechtspersonen die door extra sancties worden geraakt, bijvoorbeeld door deze betalingen via een publieke financiële instelling te laten verlopen, zodat zij ook onder externe sanctiedruk aan hun financiële verplichtingen kunnen blijven voldoen.
8 oktober | D66, CDA, PRO, SP | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar strategische autonomie en economische weerbaarheid [2]. Er wordt benadrukt dat Europa en Nederland niet afhankelijk mogen zijn van grootmachten [3] en dat Nederland zelfstandig haar vitale belangen moet kunnen verdedigen [1]. Het waarborgen van de financiële toegang voor een internationale instelling, zodat deze niet onder invloed komt te staan van derde landen, sluit aan bij het versterken van de soevereiniteit en het voorkomen van afhankelijkheid van externe grootmachten [3][1].

Argumenten tegen: De partij uit zorgen over de verschuivingen in de taakverdeling tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht [4]. Daarnaast is er kritiek op de manier waarop rechters, door ruime interpretaties van internationale verdragen, invloed kunnen uitoefenen op democratisch vastgesteld beleid [5]. Dit zou een argument kunnen zijn om de positie van internationale rechtspersonen niet verder te versterken.

Bronnen:

  1. "De wereld verschuift naar een instabielere multipolaire orde waarin grootmachten als Rusland en China actief proberen het Westen te ondermijnen, terwijl ook midden -machten steeds onafhankelijker opereren. Dit resulteert in een toename van conventionele, maar ook hybride drei -gingen zoals cyberaanvallen, sabotage en desinforma -tiecampagnes. Dit maakt Nederland als handelsnatie en NAVO-knooppunt bijzonder kwetsbaar. Nederland moet zelfstandig in staat zijn haar burgers, grondgebied en vita -le belangen te verdedigen - te land, ter zee, in de lucht, in de ruimte, en in het cyberdomein. Hierbij is voortzettings -vermogen, de capaciteit van Defensie om inzet langdurig vol te houden, een essentieel onderdeel van een geloof -waardige afschrikking. Dit alles vraagt om acute investeringen in personeel, materieel, opleidingen, munitie, infra -structuur en vastgoed."
  2. "Economische weerbaarheid. Cyberveiligheid als voorwaarde voor herindustrialisatie en strategische autonomie."
  3. "Zorgen voor digitale soevereiniteit. Europa en Nederland mogen niet volledig afhankelijk zijn van Amerikaanse of Chinese techbedrijven. We investeren in strategische technologie en digitale veiligheid."
  4. "'algemeen belang' een te rekbaar begrip is gebleken, roept dit vragen op over mogelijke verschuivingen in de taakverdeling tussen wetgevende, uitvoerende en rech -terlijke macht. Bovenal is dit zorgelijk omdat deze ont -wikkeling bijdraagt aan een lager vertrouwen van veel Nederlanders in de rechtspraak. JA21 geeft de aanzet tot het moderniseren of opzeggen van internationale verdragen. Dit alles is zowel in het belang van de samenleving als (het aanzien van) de rechterlijke macht."
  5. "De afgelopen jaren is er discussie ontstaan over de balans tussen de rechterlijke macht en de politiek. De Urgendazaak over de uitvoering van klimaatbeleid en de zaak van verschillende gesubsidieerde NGO's tegen de levering van Nederlandse F35-onderdelen aan Israël zijn bekende voorbeelden hiervan. Gesubsidieerde actiegroepen span -nen rechtszaken aan in naam van het 'algemeen belang', waarna rechters door ruime interpretaties van internationale verdragen genoodzaakt zijn zich uit te spreken over democratisch vastgesteld beleid. Naast dat"