De regering moet de richtlijnen van het OM over dierenmishandeling en -verwaarlozing opnemen in de oriëntatiepunten waar rechters hun straffen op baseren. Dit zorgt ervoor dat straffen voor dierenmishandeling overal gelijk en rechtvaardig zijn. ››
De regering moet voor rechters een minimale gevangenisstraf en een levenslang houdverbod (verbod om dieren te houden) vaststellen. Dierenbeulen komen nu vaak weg met alleen een taakstraf. ››
De regering moet een zwarte lijst maken van alle recidiverende broodfokkers en illegale dierenhandelaren. Broodfokkers zijn personen die honden fokken voor verkoop. Dit helpt om deze daders aan te pakken en dieren beter te beschermen. ››
De Kamer moet de regering vragen een fonds op te richten voor de opvang van verboden dieren omdat de regering zelf deze dieren heeft verboden en zij daarom onderdak nodig hebben. ››
De regering moet alle PAS-melders (mensen die melding maakten van problemen rond het stikstofbeleid) binnen zes maanden legaliseren. De ellende rond deze groep duurt al jaren en zij hebben recht op duidelijkheid. ››
De regering moet in elke provincie samen met andere overheden ten minste tien getroffen agrarische bedrijven de ruimte geven om hun werkzaamheden weer op te starten en vrijwillig aan te passen, zonder eerst reductiemaatregelen te eisen. Veel boeren lijden al lang onder de stikstofdiscussie en dit moet nu stoppen. ››
De regering moet met ketenpartners concrete afspraken maken om het aandeel 'total use' te vergroten, zodat de volledige oogst van boeren zo hoogwaardig mogelijk wordt gebruikt, dit actief monitoren en rapporteren aan de Tweede Kamer. In Nederland wordt nog steeds 20% van het voedsel verspild, wat klimaat, bodem, water en natuur schaadt. ››
De regering moet bij het opstellen van het nationaal natuurherstelplan zorgen voor een sterk samenhangend, integraal en ecologisch effectief plan. Een toekomstbestendig plan is nodig om aan de wettelijke eisen te voldoen, juridische houdbaarheid en langetermijnzekerheid te bieden en samen te werken met de stikstofaanpak en het Natuurpact zodat elke euro optimaal wordt besteed. ››
De regering moet in overleg treden met provincies en gemeenten over een uniform beoordelingskader voor RENURE. Dit zou de vergunningverlening versnellen en de aanleg van installaties mogelijk maken, waardoor stikstofemissies dalen. ››
De regering moet meerjarige boomkwekerijgewassen opnemen als rustgewas onder het zevende actieprogramma van de nitraatrichtlijn. Dit vermindert nitraatuitspoeling en beschermt het grondwater. ››
De regering moet de lijst van nutriëntenverontreinigde gebieden (NV-gebieden) bijwerken volgens de huidige Nitraatrichtlijn. Zo krijgen gebieden met te veel fosfaat uit kwelwater en beperkte landbouwbronnen een duidelijke en nauwkeurige aanwijzing. ››
De regering moet extra bewijsmiddelen toestaan voor wintergartens. Nu worden boeren met een dezelfde situatie uitgesloten omdat ze geen speciaal stalcertificaat hebben, wat leidt tot oneerlijke ongelijkheid. ››
De regering moet de conclusies van de ecologische evaluatie van agrarisch natuurbeheer omzetten in beleid en daarvoor voor de zomer terugkoppelen aan de Kamer. Nu wordt slechts 2,5% van de landbouwgrond gebruikt voor zwaar beheer (intensief natuurbeheer), terwijl experts zeggen dat minimaal 41% nodig is om soorten te behouden. ››
De regering moet voor de zomer een pakket delen dat maatregelen bevat voor water, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en zoönosen. De natuuropgaven gaan verder dan alleen stikstof en hebben invloed op leefbaarheid en gezondheid. ››
De regering moet de staat en ontwikkeling van natuurgebieden primair beoordelen op hun feitelijke ecologische kwaliteit en het uitgevoerde natuurbeheer. Want vermindering van stikstofdepositie alleen lost natuurherstel niet op. ››
De regering moet bij het uitwerken van generieke stikstofreductie geen algemene kortingen opleggen op productierechten of dieraantallen, ook niet voor bedrijven die nog niet grondgebonden zijn. Zo voorkomen we grote economische schade voor individuele boeren en behouden we gerichte maatwerk. ››
De regering moet de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties zo vormgeven dat geld vooral gaat naar boeren die veel stikstof uitstoten in kwetsbare Natura 2000-gebieden zoals de Veluwe en de Peel. Zo wordt het publiek geld optimaal gebruikt voor maximale stikstofreductie en natuurherstel. ››
De regering moet wachten met het melden van vrijwillige beëindigingsregelingen aan de Europese Commissie totdat de Tweede Kamer ermee heeft ingestemd. Vroegtijdige melding beperkt de begrotings- en beleidsruimte van het parlement. ››
De regering moet, als het areaal blijvend grasland afneemt, boeren belonen die grasland behouden en geen dwangmaatregelen opleggen om grasland te scheuren of om te zetten, omdat blijvend grasland essentieel is voor bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. ››
De regering moet de maatschappelijke functies van agrarische bedrijven in kaart brengen en bij nieuwe beëindigingsregelingen de gevolgen voor deze functies en de leefbaarheid van het platteland meewegen. Het verdwijnen van boerenbedrijven raakt natuur, zorg, recreatie, educatie en sociale samenhang op het platteland. ››