De regering moet onderzoeken of het verhogen van de premies voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds juridisch en maatschappelijk klopt. De sociale fondsen hebben nu een overschot van 60 miljard euro, waarvan het fonds voor arbeidsongeschiktheid het grootste deel bevat. Het is onduidelijk waarom de premies sneller stijgen dan nodig is voor de uitgaven aan arbeidsongeschiktheid. ››
Evaluatie Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
De kamer,
constaterende dat het spaaroverschot in de sociale fondsen steeds groter wordt
en ditjaar ca. € 60 miljard bedraagt, waarbij het Arbeidsongeschiktheidsfonds
met ca. € 40 miljard het grootste overschot voor zijn rekening neemt en dit
overschot met vele miljarden per jaar aanzwelt;
overwegende dat implementatie van de voorgenomen maatregelen in het
coalitieakkoord leiden tot nog grotere overschotten;
overwegende dat de Wfsv (Wet financiering sociale verzekeringen) duidelijk regelt
voor welk doel er premies worden geheven, maar dat er ondertussen een kloof is
ontstaan tussen doel en praktijk, die niet los kan worden gezien van het
onderscheid tussen het inkomsten- en uitgavenkader in het begrotingsbeleid en
de politieke keuzes die het afgelopen decennium zijn gemaakt;
verzoekt de regering de juridische houdbaarheid en maatschappelijke
wenselijkheid te analyseren van de huidige praktijk van een veel sneller stijgende
aof-premie dan noodzakelijk voor de arbeidsongeschiktheidsuitgaven, waar nodig
consequenties aan deze analyse te verbinden, en de Kamer hierover uiterlijk voor
de eerstvolgende begrotingsbehandeling van SZW te informeren.
Sluiten De regering moet onderzoeken of Nederland Europese staatssteunregels strenger toepast dan andere EU-landen. Er zijn aanwijzingen dat Nederlandse bedrijven door deze terughoudende houding minder steun krijgen dan buitenlandse concurrenten, terwijl staatssteun helpt bij verduurzaming en een sterker vestigingsklimaat. ››
22 april | CDA, GL-PvdA
| Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit
De kamer,
overwegende dat staatssteun onder voorwaarden kan bijdragen aan het
adresseren van marktfalen en het versterken van het vestigingsklimaat,
strategische autonomie en verdere verduurzaming
constaterende dat de toepassing van staatssteunregels binnen de
Europese Unie ruimte laat voor nationale interpretatie en uitvoering,
overwegende dat er aanwijzingen zijn dat Nederland terughoudender isin
de interpretatie en toepassing van staatssteunregels,
Verzoekt de regering om, mede op basis van een uitvraag onder bedrijven,
experts en (decentrale) overheden, te onderzoeken
in hoeverre de
Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels,
waaronder de beoordeling van ondernemingen
in moeilijkheden n
andere
relevante criteria, afwijkt van die in andere lidstaten, en daarbij aan te
geven hoe eventuele knelpunten kunnen worden geadresseerd, en de
Kamer hierover te informeren.
Sluiten De regering moet stoppen met het gebruik van de 'true pricing'-methode bij aanbestedingen. Deze methode telt maatschappelijke kosten zoals milieu en arbeidsomstandigheden mee, waardoor overheidsinkopen duurder worden. Belastinggeld moet zo efficiënt mogelijk worden uitgegeven. ››
Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit
De kamer,
constaterende dat de overheid bij aanbestedingen steeds vaker de ‘true pricingmethodiek toepast, waardoor kosten stijgen;
overwegende dat belastinggeld doelmatig en efficiënt moet worden besteed;
verzoekt de regering om te stoppen met het toepassen van true pricing bij
aanbestedingen en primair aan te sturen op efficiënte bestedingen van
belastinggeld.
Sluiten De regering moet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toestemming geven om in te grijpen bij fusies van bedrijven die onder de huidige omzetgrens vallen. Hierdoor kan de ACM ongewenste marktmacht op regionaal niveau voorkomen, zelfs als de betrokken bedrijven relatief klein zijn. ››
Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit
De kamer,
constaterende dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) nu alleen kan
ingrijpen bij fusies en overnames boven de omzetdrempel;
overwegende dat ook onder deze drempel ongewenste (regionale)
marktconcentraties ontstaan;
verzoekt de regering om de ACM de bevoegdheid te geven om ook onder de
huidige omzetdrempels in te grijpen bij onwenselijke marktconcentraties.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoeveel geld van donaties via colportage bij goede doelen belandt en hoeveel bij commerciële bureaus blijft. Het duurt nu lang voordat donaties hun doel bereiken. Betere regels moeten misleiding en te hoge kosten voor werving tegen gaan. ››
Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit
De kamer,
constaterende dat bij colportage voor goede doelen vaak commerciële
marketingbureaus worden ingezet;
constaterende dat het in sommige gevallen 15 tot 23 maanden duurt voordat
donaties daadwerkelijk bij het goede doel terechtkomen;
verzoekt de regering om inzichtelijk te maken welk deel van donaties via
colportage bij goede doelen terechtkomt en welk deel bij commerciële bureaus
blijft hangen, en te onderzoeken of aanvullende maatregelen nodig zijn om
misleiding en buitensporige kosten te voorkomen.
Sluiten De regering moet er alles aan doen om de betekenisvolle staalindustrie in Nederland te behouden. ››
Industriebeleid
De kamer,
verzoekt de regering om boven alles het behoud van betekenisvolle
staalindustrie in Nederland na te streven.
Sluiten De regering moet de middelen voor onderwijshuisvesting (schoolgebouwen) voortaan geoormerkt (voor een vast doel reserveren) beschikbaar stellen. Dit geld is nu vrij besteedbaar en komt niet altijd bij de scholen terecht. Veel gebouwen zijn verouderd en hebben dringend renovatie of nieuwbouw nodig. ››
1 april | PVV
| Verworpen: 41–109 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat ruim een kwart van de schoolgebouwen toe is aan
renovatie of nieuwbouw en dat volgens de PO-Raad circa 50% van de
schoolgebouwen verouderd is;
overwegende dat de middelen voor de onderwijshuisvesting niet
geoormerkt zijn en daardoor niet altijd bij de schoolgebouwen
terechtkomen;
verzoekt de regering om de middelen voor onderwijshuisvesting voortaan
geoormerkt beschikbaar te stellen, zodat deze daadwerkelijk worden
ingezet voor de verbetering en vernieuwing van schoolgebouwen.
Sluiten De regering moet geld uit het Klimaatfonds, zoals de DUMAVA-regeling (subsidie voor scholen), sneller en makkelijker beschikbaar stellen. De huidige aanvraagprocedure is te ingewikkeld en duur. Simpele regels zorgen voor lagere energiekosten, een beter binnenklimaat en minder werk voor schoolbesturen. ››
1 april | JA21, GL-PvdA
| Aangenomen: 116–34 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
overwegende dat verduurzaming van schoolgebouwen leidt tot lagere
energiekosten, een beter binnenklimaat en doelmatigere inzet van
publieke middelen, en zeker gezien de stijgende energiekosten hogere
prioriteit verdient;
overwegende dat uit de evaluaties van de tranches van de DUMAVAregeling blijkt dat (kleine) scholen vaak tegen knelpunten aanlopen,
waaronder bureaucratische rompslomp, hoge kosten, advieskosten en
voorbereidingstijd;
verzoekt de regering te bevorderen dat middelen uit het Klimaatfonds,
zoals de DUMAVA-regeling, sneller, eenvoudiger en laagdrempeliger
beschikbaar worden gesteld voor de verduurzaming van schoolgebouwen
en daarbij in ieder geval de aanvraagprocedure voor scholen te vereenvoudigen door bestaande belemmeringen voor scholen zo veel mogelijk
weg te nemen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van
OCW te informeren.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe verduurzaming en een gezond binnenklimaat van scholen gestimuleerd kunnen worden, en dit actief bekendmaken bij gemeenten en schoolbesturen. Lagere energiekosten geven meer budget voor onderwijs. Een fris klaslokaal verbetert de concentratie en leerprestaties van leerlingen en leraren. ››
1 april | D66
| Aangenomen: 116–34 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat schoolgebouwen een belangrijke bijdrage kunnen
leveren aan het behalen van klimaatdoelen;
overwegende dat duurzame schoolgebouwen, bijvoorbeeld door goede
isolatie en het gebruik van zonnepanelen, niet alleen bijdragen aan het
klimaat, maar ook leiden tot lagere energiekosten;
overwegende dat lagere energiekosten meer financiële ruimte creëren
voor de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkeling van leerlingen;
overwegende dat een gezond binnenklimaat van groot belang is voor het
welzijn, de concentratie en de leerprestaties van leerlingen en leraren;
overwegende dat voor gemeenten en schoolbesturen het overzicht van
bestaande subsidies voor verduurzaming en een gezond binnenklimaat
niet overzichtelijk is;
verzoekt de regering te onderzoeken welke (aanvullende) mogelijkheden
en regelingen er zijn om de verduurzaming en de verbetering van het
binnenklimaat van nieuwbouw en bestaande schoolgebouwen te
stimuleren, en deze mogelijkheden en bestaande regelingen actief en
breed bekend te maken bij gemeenten en schoolbesturen.
Sluiten De regering moet een onderzoek doen naar de staat van schooltoiletten. Bijna de helft van de leerlingen mijdt het toilet door slechte hygiëne en weinig privacy. Dit veroorzaakt buikpijn en verstopping. Een landelijk overzicht ontbreekt en de verantwoordelijkheid is verdeeld over schoolbesturen en gemeenten. Het onderzoek brengt de situatie in kaart voor gezondere scholen. ››
1 april | GL-PvdA, 50PLUS, JA21
| Aangenomen: 135–15 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting tot
doel heeft om schoolgebouwen toekomstbestendig, veilig en gezond te
maken;
constaterende dat uit onderzoek van het MDL Fonds blijkt dat bijna de
helft van de leerlingen niet of weinig naar het toilet gaat vanwege
gebrekkige hygiëne en onvoldoende privacy, wat leidt tot gezondheidsklachten zoals buikpijn en verstopping;
overwegende dat er op dit moment geen landelijk beeld is van de staat
van en toezicht op schooltoiletten en dat de verantwoordelijkheden voor
de toiletten tussen scholen, schoolbesturen en gemeenten verdeeld zijn;
verzoekt de regering een onderzoek uit te voeren naar de staat van
schooltoiletten, waarbij er onder andere wordt gekeken naar hygiëne en
onderhoud, privacy en afsluitbaarheid, sociale veiligheid en de verdeling
van verantwoordelijkheden tussen betrokken partijen, en de Kamer
hierover voor de begrotingsbehandeling van 2027 te informeren.
Sluiten De regering moet stimuleren dat integrale huisvestingsplannen ruimte houden voor ondersteuning op school. Door strenge ruimte-eisen en tekorten verdwijnen zorg, opvang en talentontwikkeling. Deze functies zijn juist essentieel voor goed en inclusief onderwijs. Zonder extra voorzieningen krijgen kwetsbare leerlingen onvoldoende steun. ››
1 april | GL-PvdA, JA21
| Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
overwegende dat de strikte omgang met de vierkante meters in het
onderwijs door schaarste in geld en ruimte ervoor kan zorgen dat de
belangrijkste functies voor goed en inclusief onderwijs, die echter niet
vallen onder de strikte definitie van onderwijs, zoals ruimte voor zorg,
brede talentontwikkeling en maatschappelijke ondersteuning, kunnen
worden weggedrukt;
verzoekt de regering om te stimuleren dat er in de integrale huisvestingsplannen ruimte kan worden gegeven aan functies die scholen beter en
inclusiever maken, zoals bibliotheken, ruimte voor maatschappelijke
partners voor familieschoolconcepten, extra ruimte voor inclusief
onderwijs en brede talentontwikkeling en opvang.
Sluiten De regering moet wettelijke maatregelen voorbereiden zodat alle basisscholen en middelbare scholen vanaf 2030 een verplicht energielabel krijgen. Veel schoolgebouwen zijn oud en gebruiken veel energie. Dit zorgt voor slechte lucht en hoge rekeningen. Het label dwingt tot verbetering. Zo krijgen leerlingen een gezond lesklimaat. ››
Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat alle nieuwe publieke gebouwen vanaf 2028 emissieloos
moeten zijn en de bestaande voorraad publieke gebouwen in 2050 aan
deze norm moet voldoen;
overwegende dat een groot deel van de onderwijsgebouwen over
verouderde en energie-onzuinige labels beschikt of zelfs helemaal geen
geregistreerd label heeft;
overwegende dat er tussen scholen grote verschillen bestaan rondom
verduurzaming, wat leidt tot grote verschillen in luchtkwaliteit en de
hoogte van energierekeningen;
overwegende dat een verplicht energielabel scholen de noodzakelijke
transparantie biedt over de staat van het schoolgebouw, en schoolbesturen en gemeenten stimuleert om te verduurzamen, wat leidt tot een
gezond leer- en werkklimaat en het behalen van klimaatdoelen;
verzoekt de regering om wettelijke maatregelen voor te bereiden
waarmee alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs uiterlijk
vanaf 2030 verplicht over een geldig energielabel moeten beschikken.
Sluiten De regering moet wettelijk vastleggen dat scholen bij nieuwbouw, verbouwing en onderhoud aan Europese toegankelijkheidseisen voldoen. Schoolgebouwen mogen leerlingen met een beperking niet tegenhouden. Samen leren in de eigen buurt is belangrijk. Dit waarborgt gelijke kansen en helpt Nederland het VN-verdrag Handicap na te leven. ››
1 april | GL-PvdA
| Verworpen: 54–96 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
overwegende dat leerlingen met een beperking nog steeds veel obstakels
tegenkomen in het onderwijs, waaronder de toegankelijkheid van
schoolgebouwen;
overwegende dat het wenselijk is dat leerlingen met en zonder handicap
zo veel mogelijk samen naar school gaan in de eigen buurt;
van mening dat het schoolgebouw nooit de reden mag zijn dat een
leerling niet naar school kan;
constaterende dat Nederland zich in 2016 heeft gecommitteerd aan het
VN-verdrag Handicap, waarin staat dat mensen met een beperking
volwaardig mee moeten kunnen doen aan de samenleving, wat dus ook
toegang van schoolgebouwen betreft;
verzoekt de regering dat wettelijk wordt geregeld dat renovatie- en
nieuwbouwprojecten voldoen aan Europese normen voor toegankelijkheid en dat bij tussentijds onderhoud toegankelijkheid altijd moet
worden meegenomen.
Sluiten De regering moet inzichtelijk maken hoeveel gemeenten ontvangen en uitgeven aan schoolgebouwen via het gemeentefonds (geld uit de algemene uitkering), en verschillen tussen gemeenten tonen. Nu is onduidelijk hoeveel geld echt naar scholen gaat, wat ongelijkheid veroorzaakt. ››
1 april | DENK
| Verworpen: 65–85 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de onderwijshuisvesting en hiervoor middelen ontvangen via het gemeentefonds;
constaterende dat deze middelen niet geoormerkt zijn, waardoor
gemeenten beleidsvrijheid hebben in de besteding;
overwegende dat hierdoor onduidelijk is in hoeverre beschikbare
middelen daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering van
schoolgebouwen, waardoor ongelijkheid tussen gemeenten kan ontstaan;
verzoekt de regering om inzichtelijk te maken:
– welke middelen gemeenten ontvangen voor onderwijshuisvesting via
het gemeentefonds;
– in hoeverre deze middelen daadwerkelijk worden besteed aan
onderwijshuisvesting;
– welke verschillen er bestaan tussen gemeenten in investeringen en
kwaliteit van schoolgebouwen;
verzoekt de regering voorts om dit inzicht voor de volgende begroting van
het gemeentefonds aan de Kamer te doen toekomen.
Sluiten De regering moet een landelijke monitor voor schoolgebouwen invoeren met vaste meetmethoden. Zonder eenduidige normen blijft kwaliteit onduidelijk en is gerichte verbetering lastig. ››
1 april | DENK
| Aangenomen: 133–17 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat er momenteel geen eenduidige en landelijke systematiek bestaat om de kwaliteit van schoolgebouwen inzichtelijk te maken;
overwegende dat het ontbreken van uniforme indicatoren en meetmethoden, terwijl het ibo onderwijshuisvesting juist het belang van systematische monitoring benadrukt, gerichte verbetering bemoeilijkt;
verzoekt de regering om:
– bij de ontwikkeling van de landelijke monitor onderwijshuisvesting te
werken met uniforme en meetbare indicatoren, waaronder in ieder
geval het binnenklimaat, de energieprestatie en de onderhoudsstaat
van schoolgebouwen;
– deze indicatoren te baseren op eenduidige, landelijk vastgestelde
normen en meetmethoden;
– in de monitor expliciet inzicht te geven in de voortgang van renovatie
en nieuwbouw en de ontwikkeling van de kwaliteit van de gebouwenvoorraad.
Sluiten De regering moet de kwaliteit van schoolgebouwen in kaart brengen voordat de nieuwe wet over huisvestingsplannen (IHP) ingaat. Er ontbreekt nu een duidelijk beeld van de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie. Deze nulmeting is nodig om de geplande verbeteraanpak goed op te zetten. ››
1 april | DENK
| Aangenomen: 133–17 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
constaterende dat er momenteel geen volledig en eenduidig beeld bestaat
van de kwaliteit van schoolgebouwen in Nederland;
constaterende dat het wetsvoorstel inzet op een meer planmatige aanpak
via het IHP, het integraal huisvestingsplan, maar dat inzicht in de huidige
kwaliteit van schoolgebouwen ontbreekt;
verzoekt de regering om voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet
een nulmeting uit te voeren van de kwaliteit van schoolgebouwen,
inclusief aspecten als bouwkundige staat, binnenklimaat en energieprestatie.
Sluiten De regering moet regelen dat alle hogescholen en universiteiten de Nederlandse vlag hijsen bij hun gebouwen. Dit maakt het nationale symbool zichtbaar op instellingen voor hoger onderwijs. ››
1 april | Markusz
| Verworpen: 49–101 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat iedere hogeschool en/of
universiteit de Nederlandse vlag hijst op en/of bij hun gebouwen.
Sluiten De regering moet bevorderen dat Nederlandse voorbeeldfiguren in wetenschap, innovatie en ondernemerschap structureel zichtbaar worden in publieke gebouwen en onderwijsinstellingen. Dit maakt nationale prestaties en iconografie zichtbaar voor burgers. ››
1 april | Markusz
| Verworpen: 36–114 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
verzoekt de regering te bevorderen dat publieke kennis- en onderwijsinstellingen structureel aandacht geven aan Nederlandse voorbeeldfiguren op het gebied van wetenschap, innovatie en ondernemerschap via
zichtbare presentaties in gebouwen en onderwijsprogramma’s, dat
nationale iconografie een zichtbare plaats krijgt binnen publieke instellingen en dat excellente Nederlandse prestaties structureel zichtbaarder
worden gemaakt in het publieke domein, en de Kamer hierover binnen
een jaar te informeren.
Sluiten De regering moet overheidsgeld voor extra klimaatmaatregelen in schoolgebouwen verschuiven naar de opleiding en bijscholing van leraren. Investeren in goed opgeleide docenten weegt zwaarder dan bovenwettelijke duurzaamheidsdoelen voor scholen. ››
1 april | Markusz
| Verworpen: 36–114 | Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
De kamer,
verzoekt de regering bij de uitvoering, financiering en monitoring van
deze wet te zorgen dat minder rijksmiddelen en gemeentelijke middelen
worden ingezet voor (bovenwettelijke) klimaat- en duurzaamheidsdoelen
in onderwijshuisvesting en deze middelen in plaats daarvan te heralloceren naar professionalisering en opleiding van leraren.
Sluiten De regering moet bij het verstrekken of verlengen van loterijvergunningen eisen dat vergunninghouders geen geld geven aan groepen die de overheid voor de rechter slepen. Want geld uit overheidsgelicentieerde kansspelen mag niet worden gebruikt om de overheid zelf aan te klagen. ››
19 maart | Markusz
| Verworpen: 51–99 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat loterijvergunningen onder bepaalde voorwaarden door
de overheid worden verleend en dat vergunninghouders aanzienlijke
financiële middelen genereren die onder meer via giften en donaties
worden verdeeld;
overwegende dat het onwenselijk is dat middelen afkomstig uit vergunde
kansspelen – en daarmee indirect gefaciliteerd door de overheid – worden
aangewend voor de financiering van juridische procedures tegen
overheden;
verzoekt de regering bij de verlening of verlenging van loterijvergunningen te bezien of als voorwaarde kan worden opgenomen dat vergunninghouders geen giften of subsidies verstrekken aan organisaties die
juridische procedures tegen overheden aanspannen, en daarbij tevens te
bezien of beperkingen kunnen worden gesteld aan het direct of indirect
financieren van de procedures en of voorwaarden juridisch houdbaar,
proportioneel en handhaafbaar kunnen worden vormgegeven binnen de
geldende wet- en regelgeving.
Sluiten